18 JUNI 2018. – Wet houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing (1)

TITEL 9. – Diverse wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing
HOOFDSTUK 1. – Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 204. In artikel 298 van het Gerechtelijk Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het bestaande enige lid, dat het eerste lid wordt, worden de woorden “tegen bezoldiging niet in een scheidsgerecht optreden.” vervangen door de woorden “niet tegen bezoldiging optreden in een scheidsgerecht of als bemiddelaar bedoeld in het zevende deel.”;
2° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende:
“In afwijking van het eerste lid, mogen de emeritus magistraten en eremagistraten optreden als bemiddelaar zoals bedoeld in het zevende deel, onder voorbehoud, wat hun erkenning betreft, van de toepassing van artikel 1726.
De plaatsvervangende magistraten bedoeld in artikel 156bis, de plaatsvervangende rechters, de plaatsvervangende raadsheren, de rechters in sociale zaken, de raadsheren in sociale zaken en de rechters in ondernemingszaken mogen in een zaak optreden als bemiddelaar zoals bedoeld in het zevende deel voor zover zij er geen enkele kennis van hebben gehad tijdens de uitoefening van hun ambt, onder voorbehoud, wat hun erkenning betreft, van de toepassing van artikel 1726. Zij mogen bovendien hun ambt niet meer uitoefenen in de dossiers waarin zij als bemiddelaar zijn opgetreden.”.
Art. 205. In artikel 444 van hetzelfde Wetboek wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
“Zij informeren de rechtszoekende over de mogelijkheid tot bemiddeling, verzoening en elke andere vorm van minnelijke oplossing van geschillen. Indien zij van mening zijn dat een minnelijke oplossing van het geschil overwogen kan worden, trachten zij die in de mate van het mogelijke te bevorderen.”.
Art. 206. In artikel 519 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014 en gewijzigd bij de wet van 19 oktober 2015, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
” § 4. De gerechtsdeurwaarders streven, in de mate van het mogelijke, de minnelijke oplossing van geschillen na onder meer door de rechtszoekende te wijzen op de mogelijkheid tot bemiddeling, verzoening en elke andere vorm van minnelijke oplossing van geschillen.”.
Art. 207. In artikel 665, 5°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 februari 2001 en vervangen bij de wet van 21 februari 2005, wordt het woord “vrijwillige” vervangen door het woord “buitengerechtelijke”.
Art. 208. In artikel 671, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 21 februari 2005 en 20 juli 2006, wordt het woord “vrijwillige” vervangen door het woord “buitengerechtelijke”.
Art. 209. In artikel 692, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 19 februari 2001 en 21 februari 2005, wordt het woord “vrijwillige” vervangen door het woord “buitengerechtelijke”.
Art. 210. In het vierde deel, boek II, titel II, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van hoofdstuk I vervangen als volgt:
“Hoofdstuk I. Minnelijke oplossingen van geschillen.”
Art. 211. In het vierde deel, boek II, titel II, hoofdstuk I, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 730/1 ingevoegd, luidende:
“Art. 730/1. § 1. De rechter bevordert in elke stand van het geding een minnelijke oplossing van de geschillen.
§ 2. Behoudens in kort geding, kan de rechter, op de inleidingszitting of tijdens een zitting bepaald op een nabije datum, de partijen bevragen over de wijze waarop zij voorafgaand aan het geding gepoogd hebben het geschil minnelijk op te lossen en hen inlichten over de mogelijkheden om daar alsnog toe over te gaan. Daartoe kan de rechter de persoonlijke verschijning van de partijen bevelen.
Op vraag van een van de partijen of indien de rechter dit nuttig acht, kan hij, zo hij vaststelt dat verzoening mogelijk is, op diezelfde inleidingszitting of op een zitting bepaald op een nabije datum, de zaak verdagen naar een vaste datum die een maand niet mag overschrijden, behoudens akkoord van de partijen, teneinde hen in de gelegenheid te stellen om na te gaan of hun geschil geheel of deels op minnelijke wijze kan worden opgelost en om daarover alle nuttige inlichtingen in te winnen.
De in het tweede lid bedoelde maatregel kan niet worden bevolen indien hij reeds werd bevolen in het kader van hetzelfde geschil.”.
Art. 212. Artikel 731 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 21 februari 2005, van 30 juli 2013 en 8 mei 2014, wordt vervangen als volgt:
“Art. 731. Het behoort tot de opdracht van de rechter om de partijen te verzoenen.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1724 tot 1737 kan iedere inleidende hoofdvordering tussen partijen die bekwaam zijn om een dading aan te gaan en betreffende zaken welke voor dading vatbaar zijn, op verzoek van een partij of met beider instemming vooraf ter minnelijke schikking worden voorgelegd aan de rechter die bevoegd is om in eerste aanleg ervan kennis te nemen.
Behoudens in de gevallen bij de wet bepaald, kan de poging tot minnelijke schikking niet verplicht worden gesteld.”.
Art. 213. In het zevende deel, hoofdstuk I, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1723/1 ingevoegd, luidende:
“Art. 1723/1. De bemiddeling is een vertrouwelijk en gestructureerd proces van vrijwillig overleg tussen conflicterende partijen met de medewerking van een onafhankelijke, neutrale en onpartijdige derde die de communicatie vergemakkelijkt en poogt de partijen ertoe te brengen zelf een oplossing uit te werken.”.
Art. 214. Artikel 1724 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 februari 2005, wordt vervangen als volgt:
“Art. 1724. Elk al dan niet grensoverschrijdend geschil van vermogensrechtelijke aard, met inbegrip van een geschil waar een publiekrechtelijke rechtspersoon is bij betrokken, kan het voorwerp van een bemiddeling uitmaken. Niet-vermogensrechtelijke geschillen die vatbaar zijn voor dading, evenals de geschillen bedoeld in artikel 572bis, 3°, 4°, 6° tot 10° en 12° tot 15° en de geschillen voortvloeiend uit de feitelijke samenwoning kunnen eveneens het voorwerp van een bemiddeling uitmaken.”.
Art. 215. In artikel 1726 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 februari 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 1° opgeheven;
2° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
“2° het gevolgd hebben van een theoretische opleiding, met inzonderheid een juridische component, en praktische vorming in bemiddelingsvaardigheid en het bemiddelingsproces, waarbij de focus ligt op de algemene en specifieke kennis en competenties eigen aan een bijzonder domein van de bemiddelingspraktijk in de zin van dit Wetboek en geslaagd zijn voor de desbetreffende evaluatieproeven.”;
3° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
“3° de noodzakelijke waarborgen inzake onafhankelijkheid, neutraliteit en onpartijdigheid bieden voor de uitoefening van het beroep van erkend bemiddelaar;”;
4° paragraaf 1 wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende:
“6° schriftelijk verklaren in te stemmen met de deontologische code opgesteld door de federale bemiddelingscommissie, en haar na te leven voor de hele duur van de erkenning.”
5° in het artikel worden de paragrafen 1/1 en 1/2 ingevoegd, luidende:
” § 1/1. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt onder bemiddelaar een erkend bemiddelaar verstaan.
§ 1/2. Een bemiddelaar wiens erkenning werd ingetrokken met toepassing van artikel 1727/5, § 4, mag, onder voorbehoud van een rehabilitatie door de commissie voor de tuchtregeling en klachtenbehandeling, pas een nieuwe erkenningsaanvraag indienen na een periode van tien jaar vanaf de betekening van de intrekkingsbeslissing.”;
6° in paragraaf 3 worden de woorden “een beroep wordt gedaan op een college van bemiddelaars” vervangen door de woorden “van cobemiddeling”.
7° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
” § 4. Niemand mag de titel van “erkend bemiddelaar” gebruiken, alleen of in combinatie met andere termen, zonder dat hij is opgenomen op de lijst van erkende bemiddelaars bedoeld in artikel 1727.”.
Art. 216. Artikel 1727 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 februari 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, wordt vervangen als volgt:
“Art. 1727. § 1. Er wordt een Federale bemiddelingscommissie ingesteld, hierna genoemd, de Commissie, samengesteld uit vierentwintig leden.
De Commissie bestaat uit een algemene vergadering en uit volgende organen : een bureau, een vaste commissie voor de erkenning van Belgische en buitenlandse bemiddelaars, een vaste commissie voor de erkenning van opleidingen en de opvolging van de permanente vorming, een commissie voor de tuchtregeling en de klachtenbehandeling en bijzondere commissies.
Onder voorbehoud van de permanente commissies, telt de Commissie evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden in haar organen.
Om rechtsgeldig te beraadslagen en te beslissen, moet de meerderheid van de leden van elk orgaan en van elke taalgroep aanwezig zijn. Indien een vast lid afwezig of verhinderd is, vervangt zijn plaatsvervanger hem. De beslissingen worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of van de ondervoorzitter die hem vervangt, doorslaggevend.
§ 2. De opdrachten van de Commissie zijn de volgende:
1° de instanties voor de opleiding van bemiddelaars en de opleiding die zij organiseren, erkennen of de erkenning ervan intrekken;
2° de minimumprogramma’s inzake theoretische en praktische opleiding bepalen, evenals de evaluaties met het oog op het afleveren van een erkenning en de erkenningsprocedure;
3° de bemiddelaars erkennen naargelang de bijzondere domeinen van de bemiddelingspraktijk;
4° beslissen over de inschrijving op de lijst van bemiddelaars gevestigd in landen van zowel de Europese Unie als daarbuiten, die een erkenning verkregen hebben van een daartoe gemachtigde instantie in dat land;
5° een deontologische code opstellen;
6° behandelen van de klachten tegen bemiddelaars of tegen de instellingen die de opleidingen verschaffen; advies verlenen in geval van betwisting van het honorarium van bemiddelaars en sancties opleggen jegens bemiddelaars die niet meer zouden voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 1726 of aan de bepalingen van de deontologische code opgesteld door de Commissie;
7° zorgen voor de periodieke publicatie van alle reglementaire beslissingen van de Commissie in het Belgisch Staatsblad;
8° de sanctieprocedure ten aanzien van de bemiddelaars bepalen;
9° een met redenen omkleed advies verlenen aan de minister van Justitie met betrekking tot de voorwaarden waaraan een vereniging van bemiddelaars moet voldoen om als representatief te gelden;
10° de lijst van bemiddelaars opstellen en verspreiden bij de hoven en rechtbanken, bij de federale, gemeenschaps-, gewestelijke en lokale overheden;
11° het publiek inlichten over de mogelijkheden geboden door bemiddeling;
12° alle nodige maatregelen nemen om de behoorlijke uitoefening van de bemiddeling te bevorderen, en inzonderheid nieuwe methodes en praktijken van bemiddeling en andere vormen van geschillenoplossing te onderzoeken en te ondersteunen;
13° een jaarverslag over de uitvoering van haar wettelijke opdrachten, bedoeld in artikel 1727/1, vijfde lid, opmaken en bekendmaken op haar website;
14° waken over de goede organisatie van haar bureau en van haar commissies.
Art. 217. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1727/1 ingevoegd, luidende:
Art. 1727/1. De algemene vergadering bestaat uit de vaste en plaatsvervangende leden van het bureau en van de vaste commissies, met uitzondering van de assessoren van de commissie voor de tuchtregeling en de klachtenbehandeling en van de leden van de bijzondere commissies.
De algemene vergadering hecht haar goedkeuring met een meerderheid van haar leden binnen elke taalgroep, aan alle beslissingen, adviezen en andere maatregelen gerealiseerd in uitvoering van artikel 1727, § 2, met uitzondering van de aangelegenheden die volgens een uitdrukkelijke bepaling van het zevende deel exclusief onder het bureau vallen, en van de opdrachten die vallen onder de commissie voor de tuchtregeling en de klachtenbehandeling.
Zij bepaalt, na goedkeuring van de minister van Justitie, welke bijzondere commissies moeten worden opgericht alsook de samenstelling en opdrachten ervan. Zij beslist ook, na goedkeuring van de minister van Justitie, over de opheffing van zulke commissies. De algemene vergadering wijst de vaste en plaatsvervangende leden van de bijzondere commissies aan.
Elke bevoegdheid die niet uitdrukkelijk bij wet is toegewezen aan een orgaan van de Commissie valt onder de opdrachten van de algemene vergadering.
Elk jaar keurt de algemene vergadering het verslag goed van de uitvoering van de opdrachten van de organen van de Commissie, uitgezonderd van de commissie voor de tuchtregeling en de klachtenbehandeling, tijdens het afgelopen jaar. Dat verslag wordt meegedeeld aan de minister van Justitie.”.
Art. 218. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1727/2 ingevoegd, luidende:
“Art. 1727/2. § 1. Het bureau bestaat uit acht vaste leden en acht plaatsvervangende leden die doen blijken van relevante competenties in het domein van de bemiddeling of op het stuk van praktijkervaring of opleiding inzake bemiddeling.
Voor elk vast lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen.
De Koning bepaalt de nadere regels voor de bekendmaking van de vacatures, voor de indiening van de kandidaturen en voor de voordracht van de leden.
De vaste en plaatsvervangende leden worden door de minister van Justitie aangewezen, op met redenen omklede voordracht :
– van twee leden, door de Orde van Vlaamse balies voor de advocaten die tot die Orde behoren;
– van twee leden, door de Ordre des barreaux francophones et germanophone voor de advocaten die tot die Orde behoren;
– van vier leden, door de Koninklijke Federatie van het Belgisch notariaat voor de notarissen;
– van vier leden, door de representatieve instanties voor de bemiddelaars die noch het beroep van advocaat noch dat van notaris uitoefenen;
– van twee leden die magistraat, emeritus- magistraat of eremagistraat zijn, door de Hoge Raad voor de Justitie;
– van twee leden door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders voor de gerechtsdeurwaarders.
§ 2. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Hun mandaat kan slechts eenmaal worden verlengd.
Het mandaat van een lid kan voortijdig beëindigd worden door het ontslag van het lid of door een met redenen omklede beslissing genomen door de minister van Justitie op voorstel van het bureau. Er wordt vervolgens gehandeld overeenkomstig paragraaf 1. In alle gevallen voltooien de ter vervanging benoemde personen het mandaat van de voorganger. Indien het om een eerste mandaat gaat, mag het mandaat van de ter vervanging benoemde persoon, in afwijking van het eerste lid, tweemaal worden verlengd.
§ 3. De algemene vergadering wijst te midden van de leden van het bureau en voor een periode van twee jaar een voorzitter en ondervoorzitter aan, die de voorzitter zo nodig vervangt, evenals een secretaris, waarbij die ambten afwisselend door een Nederlandstalige en een Franstalige worden bekleed. Het voorzitterschap en ondervoorzitterschap worden bovendien afwisselend uitgeoefend door notarissen, advocaten, magistraten, gerechtsdeurwaarders, bemiddelaars die geen van voornoemde beroepen uitoefenen.
De voorzitter van het bureau is tevens voorzitter van de federale bemiddelingscommissie.
§ 4. Het bureau legt aan de algemene vergadering voorstellen voor in het kader van de aangelegenheden bedoeld in artikel 1727, § 2, 8°, 9°, 11° en 12°.
Het bureau keurt de beslissingen of adviezen van de commissie voor de erkenning van Belgische en buitenlandse bemiddelaars en van de commissie voor de erkenning van opleidingen en de opvolging van de permanente vorming goed op grond van artikel 1727/4, § 3.
Het bureau coördineert de activiteiten van de Commissie, waakt over de uitvoering van de beslissingen genomen door haar organen, onder meer die bedoeld in artikel 1727, § 2, 6°, en is belast met het dagelijks beheer. Het bereidt tevens het jaarverslag bedoeld in artikel 1727/1, vijfde lid, voor en legt het ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering.
§ 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt de kandidaat-notaris gelijkgesteld met een notaris.
§ 6. Het bureau stelt een huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de algemene vergadering. Zodra dit reglement door de algemene vergadering is goedgekeurd, wordt het op de website van de Commissie bekengemaakt.”.
Art. 219. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1727/3 ingevoegd, luidende:
“Art. 1727/3. Er worden drie vaste commissies opgericht:
– de commissie voor de erkenning van Belgische en buitenlandse bemiddelaars;
– de commissie voor de erkenning van opleidingen en de opvolging van de permanente vorming;
– de commissie voor de tuchtregeling en de klachtenbehandeling.
Art. 220. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1727/4 ingevoegd, luidende:
“Art. 1727/4. § 1. De commissie voor de erkenning van Belgische en buitenlandse bemiddelaars en de commissie voor de erkenning van opleidingen en de opvolging van de permanente vorming bestaan elk uit vijf leden, een voorzitter, twee vaste leden en twee plaatsvervangende leden. Met uitzondering van de voorzitter, telt elke commissie evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden.
Voor elk vast lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door een ander lid van het bureau, van dezelfde taalgroep.
De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Hun mandaat kan slechts eenmaal worden verlengd.
Een oproep tot kandidaten wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Deze leden worden benoemd door de minister van Justitie op voordracht van een lijst opgesteld door het bureau, en waarin een met redenen omkleed advies is opgenomen met betrekking tot maximaal vijfentwintig kandidaten die in volgorde van voorkeur zijn gerangschikt. De Koning bepaalt de nadere regels voor de bekendmaking van de vacatures, voor de indiening van de kandidaturen, voor de voordracht van de leden en de criteria voor de kandidaatstelling.
De algemene vergadering wijst te midden van de leden van het bureau voor een periode van twee jaar een voorzitter voor elke commissie aan, waarbij dit ambt afwisselend door een Nederlandstalige en een Franstalige wordt bekleed.
§ 2. De commissie voor de erkenning van Belgische en buitenlandse bemiddelaars en de commissie voor de erkenning van opleidingen en de opvolging van de permanente vorming kunnen deskundigen raadplegen die geen lid zijn van de commissie en hen uitnodigen om deel te nemen aan hun vergaderingen. Zij hebben een raadgevende stem.
§ 3. De commissie voor de erkenning van Belgische en buitenlandse bemiddelaars en de commissie voor de erkenning van opleidingen en de opvolging van de permanente vorming moeten, voor hun respectieve opdrachten, een advies of een beslissing ter goedkeuring aan het bureau voorleggen betreffende de opdrachten bedoeld in artikel 1727, § 2, 1°, 2°, 3° en 4°.
§ 4. De commissie voor de erkenning van Belgische en buitenlandse bemiddelaars en de commissie voor de erkenning van opleidingen en de opvolging van de permanente vorming stellen een huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de algemene vergadering. Nadat dit reglement door de algemene vergadering is goedgekeurd, wordt het op de website van de Commissie bekendgemaakt.”.
Art. 221. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1727/5 ingevoegd, luidende:
“Art. 1727/5. § 1. De commissie voor de tuchtregeling en klachtenbehandeling is samengesteld uit vijf leden, een voorzitter, vier effectieve assessoren en twee plaatsvervangende assessoren. Met uitzondering van de voorzitter, telt de commissie evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden. De commissie bestaat uit een Nederlandstalig en een Franstalig college met elk twee effectieve assessoren, en de voorzitter. De commissie wordt voorgezeten door een lid van het bureau dat, vanaf zijn aanwijzing, geen zitting meer heeft in een andere vaste of bijzondere commissie. Het bureau wijst voor een periode van twee jaar de voorzitter aan. Dit ambt wordt afwisselend door een Nederlandstalige en een Franstalige bekleed. De voorzitter moet het bewijs leveren van voldoende kennis van de andere landstaal.
§ 2. De commissie voor de tuchtregeling en klachtenbehandeling is, door toedoen van het Nederlandstalig of Franstalig college, belast met de tucht van bemiddelaars overeenkomstig artikel 1727, § 2, 5°, en met de behandeling van klachten tegen bemiddelaars en tegen instellingen die opleidingen in bemiddeling verschaffen, en verstrekt advies bij betwisting van het honorarium van bemiddelaars.
De keuze van het college, Franstalig of Nederlandstalig, wordt gemaakt door de bemiddelaar of de instelling die het voorwerp uitmaakt van de procedure.
De commissie voor de tuchtregeling en de klachtenbehandeling is ook belast met het formuleren van voorstellen overeenkomstig artikel 1727, § 2, 7 ° en 10 °, die ter goedkeuring worden voorgelegd aan de algemene vergadering.
§ 3. De commissie voor de tuchtregeling en klachtenbehandeling stelt haar reglement van procesvoering op. Het reglement wordt door de algemene vergadering bekrachtigd. Na goedkeuring ervan door de algemene vergadering wordt het reglement op de website van de Commissie bekendgemaakt.
§ 4. De commissie voor de tuchtregeling en klachtenbehandeling kan, door toedoen van het Nederlandstalig of Franstalig college, de volgende sancties opleggen ten aanzien van een erkend bemiddelaar :
– de verwittiging;
– de berisping;
– de verplichting om een stage te voldoen gedurende de periode en volgens de nadere regels bepaald door de commissie voor de tuchtregeling en klachtenbehandeling;
– de verplichting om het beroep uitsluitend in co-bemiddeling uit te oefenen voor de duur en volgens de nadere regels bepaald door de commissie voor de tuchtregeling en klachtenbehandeling;
– de schorsing voor een periode die niet meer dan één jaar mag bedragen;
– de intrekking van de erkenning.
§ 5. Ieder jaar maakt de commissie voor de tuchtregeling en klachtenbehandeling een verslag op van de uitvoering van haar opdrachten gedurende het afgelopen jaar. Dat verslag bevat suggesties met betrekking tot de wenselijkheid om wijzigingen aan te brengen in de tuchtprocedure of in de klachtenbehandeling evenals in de deontologische code. Dat verslag wordt meegedeeld aan de minister van Justitie.”.
Art. 222. Artikel 1728 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 februari 2005, wordt vervangen als volgt:
“Art. 1728. § 1. De documenten opgemaakt en de mededelingen gedaan in de loop van en ten behoeve van een bemiddelingsprocedure zijn vertrouwelijk. Zij mogen niet worden aangevoerd in enige gerechtelijke, administratieve of arbitrale procedure of in enige andere procedure voor de oplossing van conflicten en zijn niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis.
Behoudens schriftelijk uitgedrukte andersluidende wil van de partijen, vallen het bemiddelingsprotocol en het (de) door de partijen ondertekende bemiddelingsakkoord(en) alsook het eventuele document opgesteld door de bemiddelaar dat het feit van de mislukking van de bemiddeling vaststelt, niet onder deze vertrouwelijkheidsplicht.
Daarnaast kan de vertrouwelijkheidsplicht, met schriftelijke instemming van de partijen, en binnen de grenzen die zij bepalen, worden opgeheven. Omgekeerd kunnen de partijen, in onderling akkoord en op schriftelijke wijze, documenten of mededelingen daterend van vóór de aanvang van het bemiddelingsproces vertrouwelijk maken.
§ 2. Onverminderd zijn wettelijke verplichtingen, mag de bemiddelaar de feiten waarvan hij uit hoofde van zijn ambt kennis krijgt, niet openbaar maken. Hij mag door de partijen niet worden opgeroepen als getuige in een burgerrechtelijke, administratieve of arbitrale procedure met betrekking tot de feiten waarvan hij kennis heeft genomen in de loop van zijn bemiddeling. Hij mag evenmin de reden van de mislukking van deze vorm van minnelijke conflictoplossing onthullen, ook niet aan de rechter of arbiter bij wie een geschil tussen de partijen van de bemiddeling aanhangig is gemaakt.
Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing op de bemiddelaar.
§ 3. In het kader van en ten behoeve van zijn opdracht kan de bemiddelaar, met instemming van de partijen, de derden horen die daarmee instemmen of, wanneer de complexiteit van de zaak zulks vereist, een beroep doen op de diensten van een deskundige in het desbetreffende domein. Zij zijn gehouden tot de vertrouwelijkheidsplicht bedoeld in paragraaf 1, eerste lid. Paragraaf 2 is van toepassing op de deskundige.
§ 4. Bij schending van de vertrouwelijkheids- of geheimhoudingsplicht door degenen die daartoe gehouden zijn krachtens deze bepaling, doet de rechter of arbiter in billijkheid uitspraak over de eventuele toekenning van schadevergoeding, en over de omvang ervan.
Vertrouwelijke documenten en mededelingen die desondanks zijn meegedeeld of waarop een partij steunt in strijd met de vertrouwelijkheidsplicht, worden ambtshalve uit de debatten geweerd.”.
Art. 223. In het zevende deel van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen als volgt:
“Hoofdstuk II. De buitengerechtelijke bemiddeling”.
Art. 224. Artikel 1731, § 2, 5°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 februari 2005, wordt vervangen als volgt:
“5° de vertrouwelijkheid die wordt gehecht aan de documenten en de mededelingen in het kader van bemiddeling;”.
Art. 225. In artikel 1734 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 februari 2005 en gewijzigd bij de wet van 19 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
” § 1. In elke stand van het geding, alsook in kort geding, behalve voor het Hof van Cassatie en voor de arrondissementsrechtbank, kan de rechter voor wie een zaak hangende is, op gezamenlijk verzoek van de partijen of op eigen initiatief maar met instemming van de partijen, een bemiddeling bevelen, zolang de zaak niet in beraad is genomen.
Wanneer de rechter van mening is dat een verzoening tussen de partijen mogelijk is, kan hij, ambtshalve of op verzoek van een van de partijen, op de inleidingszitting, op een zitting waarop de zaak wordt verdaagd naar een nabije datum of op een zitting die ten laatste op de laatste dag van de maand die volgt op die van de neerlegging van de eerste conclusies van de verweerder is bepaald, na de partijen gehoord te hebben, een bemiddeling bevelen. Indien alle partijen daartegen gekant zijn, kan de rechter geen bemiddeling bevelen;
2° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
” § 1/1. De partijen of, in afwezigheid van partijen, hun advocaat kunnen de rechter gezamenlijk vragen om de bemiddelaar of de bemiddelaars die zij voordragen aan te wijzen. Tenzij de door de partijen voorgedragen bemiddelaar of bemiddelaars niet voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 1726, willigt de rechter dit verzoek in.
Indien de partijen geen overeenstemming bereiken over de aan te wijzen bemiddelaar of bemiddelaars, wijst de rechter, bij voorkeur bij toerbeurt, een bemiddelaar of bemiddelaars aan, die erkend zijn overeenkomstig artikel 1727, op basis van een lijst van alle bemiddelaars die is opgesteld door de federale bemiddelingscommissie. De rechter kiest, voor zover mogelijk, een bemiddelaar die gevestigd is in de buurt van de woonplaats van de partijen.”;
3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
” § 2. De beslissing die de partijen beveelt om het geschil te trachten op te lossen door een bemiddeling bedoeld in paragraaf 1, vermeldt de naam en de hoedanigheid van de erkende bemiddelaar of erkende bemiddelaars, legt de duur vast van hun opdracht, zonder dat die de termijn van zes maanden mag overschrijden en stelt de zaak vast op de eerst nuttige datum na het verstrijken van deze termijn is.”;
4° in paragraaf 3 worden de woorden “in onderlinge overeenstemming” ingevoegd tussen de woorden “kunnen ze” en de woorden “om een nieuwe termijn verzoeken”.
Art. 226. Artikel 1735 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 februari 2005, wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
” § 6. De maatregelen bevolen overeenkomstig de artikelen 1734 en 1735 zijn niet vatbaar voor enig rechtsmiddel.”.
Art. 227. In hetzelfde Wetboek wordt een achtste deel ingevoegd, luidende “Collaboratieve onderhandelingen”.
Art. 228. In het achtste deel, ingevoegd bij artikel 227, wordt een artikel 1738 ingevoegd luidende:
“Art. 1738. Indien de partijen worden bijgestaan door een collaboratieve advocaat bedoeld in artikel 1739 van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen de geschillen bedoeld in artikel 1724 van hetzelfde Wetboek het voorwerp uitmaken van een collaboratieve onderhandelingsprocedure, dat wil zeggen een vrijwillige en vertrouwelijke procedure van geschillenoplossing door onderhandeling, waarbij conflicterende partijen en hun respectieve advocaten betrokken zijn en laatstgenoemden optreden in het kader van een exclusief en beperkt mandaat van bijstand en adviesverlening teneinde een minnelijk akkoord te bewerkstelligen.”.
Art. 229. In hetzelfde achtste deel wordt een nieuw artikel 1739 ingevoegd luidende:
“Art. 1739. § 1. Enkel collaboratieve advocaten mogen collaboratieve onderhandelingen voeren.
§ 2. De collaboratieve advocaat is een advocaat die staat ingeschreven op de lijst van collaboratieve advocaten opgesteld door de Orde van Vlaamse balies of van de Ordre des barreaux francophones et germanophone.
Alleen advocaten die een bijzondere opleiding hebben genoten, de vereiste erkenning van collaboratieve advocaat hebben toegekend gekregen en het reglement voor collaboratieve advocaten hebben onderschreven, kunnen opgenomen worden in deze lijst.
De Orde van Vlaamse balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone, richten een gezamenlijke paritaire commissie op die de voorwaarden bepaalt voor de bijzondere opleiding, de permanente vorming, de vereiste erkenning, de waarborgen op het gebied van collaboratieve onderhandeling en het toepasselijke reglement voor advocaten.”.
Art. 230. In hetzelfde achtste deel, wordt een artikel 1740 ingevoegd luidende:
“Art. 1740. In elke stand van het geding, alsook in kort geding, behalve voor het Hof van Cassatie en voor de arrondissementsrechtbank, kan de rechter voor wie een zaak hangende is, op gezamenlijk verzoek van de partijen en na hen gehoord te hebben over de beoogde maatregel, zolang de zaak niet in beraad is genomen bevelen hun geschil door een collaboratieve onderhandeling trachten op te lossen. Artikel 1734, § 1, eerste lid, is van overeenkomstige van toepassing.”.
Art. 231. In hetzelfde achtste deel wordt een artikel 1741 ingevoegd luidende:
“Art. 1741. § 1. Het collaboratief onderhandelingsprotocol bevat naast de gegevens bedoeld in artikel 1731, § 2, uitgezonderd de bepalingen onder 2° en 6° :
1° de namen, voornamen en volledige gegevens van de collaboratieve advocaten;
2° het principe dat partijen in het kader van de collaboratieve onderhandeling alle documenten en informatie moeten meedelen die nuttig kunnen zijn voor de oplossing van het geschil en het principe dat partijen op loyale wijze dienen mee te werken aan de collaboratieve onderhandeling;
3° de verbintenis van partijen om tijdens de collaboratieve onderhandeling geen geding op te starten of voort te zetten;
4° het voorschot die partijen stellen voor de kosten verbonden aan de collaboratieve onderhandeling, met uitsluiting van de erelonen en kosten van de collaboratieve advocaten;
5° de verplichte terugtrekking van de collaboratieve advocaten ingeval de onderhandelingen mislukken.
§ 2. De ondertekening van het collaboratief onderhandelingsprotocol schorst de verjaringstermijn voor de duur van de collaboratieve onderhandeling.
§ 3. Behoudens andersluidend schriftelijk akkoord van de partijen eindigt de schorsing van één maand na kennisgeving :
– door de collaboratieve advocaat van de wil van zijn cliënt om een einde te maken aan de collaboratieve onderhandeling;
– door de collaboratieve advocaat van zijn wil om een einde te stellen aan zijn tussenkomst;
– door de partij van haar wil om een einde te stellen aan de tussenkomst van haar collaboratieve advocaat.
De kennisgeving gebeurt bij aangetekende zending, behoudens andersluidend akkoord tussen partijen en collaboratieve advocaten.”.
Art. 232. In hetzelfde achtste deel wordt een nieuw artikel 1742 ingevoegd, luidende:
“Art. 1742. § 1. Elke partij kan te allen tijde een einde maken aan de collaboratieve onderhandeling, zonder dat dit tot haar nadeel kan strekken. De partij stelt haar collaboratieve advocaat hiervan onmiddellijk schriftelijk in kennis. De collaboratieve advocaat meldt dit onverwijld aan de collaboratieve advocaten van de overige betrokken partijen.
§ 2. Indien een van de partijen de bijstand door haar collaboratieve advocaat tijdens de procedure wenst stop te zetten en zich wenst te beroepen op de bijstand door een andere collaboratieve advocaat, verwittigt ze onmiddellijk en schriftelijk de andere partij. Een bijlage bij het collaboratief onderhandelingsprotocol wordt zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen dertig dagen na de terugtrekking door de vorige collaboratieve advocaat ondertekend door de nieuwe collaboratieve advocaat bij gebreke waaraan de andere partij de procedure als beëindigd mag beschouwen.
§ 3. Indien een van de collaboratieve advocaten zich terugtrekt uit de procedure, verwittigt hij onmiddellijk schriftelijk zijn cliënt en de collaboratieve advocaat van de andere partij. Indien de partij wiens collaboratieve advocaat zich heeft teruggetrokken beslist om de procedure verder te zetten, deelt zij haar intentie mee aan de andere partij bij monde van haar nieuwe collaboratieve advocaat. De nieuwe collaboratieve advocaat tekent zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen dertig dagen na de terugtrekking door de vorige collaboratieve advocaat een bijlage bij het collaboratief onderhandelingsprotocol bij gebreke waaraan de andere partij de procedure als beëindigd mag beschouwen.
§ 4. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de toepassing van artikel 1741, § 3.”.
Art. 233. In hetzelfde achtste deel wordt een artikel 1743 ingevoegd luidende:
“Art. 1743. § 1. Een collaboratieve advocaat kan een of meerdere partijen bijstaan in het kader van een bepaalde collaboratieve onderhandeling zolang dit geen aanleiding geeft tot een belangenconflict.
§ 2. De collaboratieve advocaat ontvangt van zijn cliënt een exclusief en geschreven mandaat, dat beperkt is tot het bijstaan en raadgeven tijdens de collaboratieve onderhandeling met het oog op het bereiken van een onderhandeld akkoord.
§ 3. Indien een van de partijen zich terugtrekt uit de collaboratieve onderhandeling of indien de collaboratieve onderhandeling eindigt, met of zonder akkoord, zijn de collaboratieve advocaten ertoe gehouden hun tussenkomst te beëindigen en mogen zij niet meer tussenkomen in een geding tussen dezelfde partijen in het kader van een geschil dat het voorwerp heeft uitgemaakt van de collaboratieve onderhandelingen. Hetzelfde geldt voor iedere advocaat die van hun advocatenkantoor deel uitmaakt, inclusief de interne of externe medewerkers en stagiairs.”.
Art. 234. In hetzelfde achtste deel wordt een nieuw artikel 1744 ingevoegd luidende:
“Art. 1744. § 1. Desgewenst kan er in het kader van een collaboratieve onderhandeling een beroep worden gedaan op een of meer deskundigen om een neutraal en objectief verslag en advies te verlenen. Het advies van de deskundige is vertrouwelijk en uitsluitend bedoeld om het zoeken naar een minnelijke oplossing te vergemakkelijken. De deskundige beslist in geen geval over het geschil dat het voorwerp uitmaakt van de collaboratieve onderhandeling.
§ 2. Indien er beroep wordt gedaan op een deskundige, wordt er een bijlage bij het collaboratief onderhandelingsprotocol opgemaakt. Deze bijlage bevat :
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de deskundige;
2° een beknopt overzicht van het geschil en de omschrijving van de vragen waaromtrent de deskundige gevraagd wordt advies te verlenen;
3° het principe dat de deskundige gebonden is door vertrouwelijkheid, neutraliteit en onafhankelijkheid;
4° de provisie die partijen stellen voor het ereloon en de kosten van de deskundige;
5° de datum;
6° de ondertekening door de deskundige, de partijen en de collaboratieve advocaten.”.
Art. 235. In hetzelfde achtste deel wordt een artikel 1745 ingevoegd, luidende:
“Art. 1745. § 1. De partijen delen alle documenten en informatie mee die nuttig kunnen zijn voor de oplossing van het geschil en werken op een loyale manier mee aan de collaboratieve onderhandeling.
§ 2. De partijen kunnen de wijze waarop deze verplichting zal worden uitgevoerd nader bepalen in het collaboratief onderhandelingsprotocol.
§ 3. Artikel 1728 is van overeenkomstige toepassing.”.
Art. 236. In hetzelfde achtste deel wordt een artikel 1746 ingevoegd, luidende:
“Art. 1746. § 1. Wanneer de partijen voor het gehele geschil of een deel ervan, voorlopig of definitief tot een oplossing komen via een collaboratieve onderhandeling, dan wordt de oplossing schriftelijk door de collaboratieve advocaten vastgelegd in het collaboratief onderhandeld akkoord.
§ 2. Het collaboratief onderhandeld akkoord bevat:
1° de naam en de woonplaats van de partijen en de naam en het kantooradres van hun collaboratieve advocaten;
2° de precieze verbintenissen van elk van de partijen die werden overeengekomen op basis van de collaboratieve onderhandeling ter oplossing van het gehele geschil of een gedeelte van het geschil;
3° de datum;
4° de ondertekening door de partijen en de collaboratieve advocaten.”.
Art. 237. In hetzelfde achtste deel wordt een nieuw artikel 1747 ingevoegd, luidende:
“Art. 1747. § 1. De kosten verbonden aan het voeren van een collaboratieve onderhandeling en het ereloon en de kosten van de deskundige komen gelijkelijk ten laste van de partijen, tenzij die daar anders over beslissen.
§ 2. Elke partij draagt zelf de erelonen en de kosten van haar collaboratieve advocaat, behoudens andersluidende overeenkomst.”.
HOOFDSTUK 2. – Wijziging van het Strafwetboek
Art. 238. In het Strafwetboek wordt een artikel 227quater ingevoegd, luidende:
“Art. 227quater. Wordt gestraft met geldboete van tweehonderd euro tot twintigduizend euro:
1° hij die zonder dat hij is opgenomen op de lijst van erkende bemiddelaars bedoeld in artikel 1727 en zonder van erkenning vrijgesteld te zijn, beroepsmatig bemiddelt in de zin van het Gerechtelijk Wetboek met uitzondering van hij die beroepsmatig bemiddelt in de zin van het Gerechtelijk Wetboek in het kader van geschillen tussen ondernemingen.
2° hij die, zonder daartoe gemachtigd te zijn, zich openbaar een beroepstitel van erkend bemiddelaar toeëigent evenals hij die een titel voert of die aan de beroepstitel die hij voert een vermelding toevoegt, welke tot verwarring kan leiden met die van erkend bemiddelaar.
Wordt gestraft met dezelfde straf, wie zijn medewerking verleent aan een derde of hem zijn naam leent, met het doel hem te onttrekken aan de straf waarmee het illegaal dragen van de titel van erkend bemiddelaar of het illegaal uitoefenen van het beroep van erkend bemiddelaar gestraft worden.”.
HOOFDSTUK 3. – Overgangsbepaling
Art. 239. De leden van de federale bemiddelingscommissie die op het tijdstip van de inwerkingtreding van de bepalingen van titel 9 zijn aangewezen volgens de nadere regels bepaald in de wet van 21 februari 2005 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek in verband met de bemiddeling, blijven hun mandaat uitoefenen tot de nieuwe leden krachtens deze wet zijn aangewezen. Om de continuïteit van de werking van de federale bemiddelingscommissie te waarborgen, worden haar structuur en werking zoals ingesteld door voornoemde wet van 21 februari 2005 gehandhaafd tot wanneer alle nieuwe leden van de federale bemiddelingscommissie krachtens de nieuwe bepalingen van titel 9 zijn aangewezen.
De leden van de federale bemiddelingscommisie die zijn aangewezen volgens de regels bepaald in de wet van 21 februari 2005 en een eerste mandaat vervullen, kunnen zich in het kader van de nieuwe bepalingen betreffende de bemiddeling opnieuw kandidaat stellen.
De bemiddelaars die erkend zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet volgens de nadere regels bepaald door de wet van 21 februari 2005 zijn erkend als zodanig in de zin van deze wet.
De dossiers die op de datum van inwerkingtreding van de bepalingen betreffende de bemiddeling aanhangig zijn voor de federale bemiddelingscommissie worden behandeld door de organen van de federale commissie, zulks op grond van hun respectieve bevoegdheid.
De instanties voor de vorming van bemiddelaars die op 1 januari 2019 opleidingen verschaffen, overeenkomstig de oude artikelen 1726 en 1727 van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen deze verder organiseren onder dezelfde vereisten en voorwaarden tot 1 september 2019.
Personen die de opleidingen bedoeld in het vijfde lid gevolgd hebben en met succes geslaagd zijn, kunnen de erkenning behouden tot 1 september 2020 onder dezelfde vereisten en voorwaarden voorzien in de oude artikelen 1726 en 1727 van het Gerechtelijk Wetboek.
Eens de erkenning is verworven, zijn ze als erkend bemiddelaar erkend in de zin van de bepalingen van titel 9 van deze wet.
HOOFDSTUK 4. – Inwerkingtreding
Art. 240. De artikelen 215 tot 221 en de artikelen 227 tot 237 treden in werking op 1 januari 2019.
De Koning kan voor iedere bepaling ervan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid.
TITEL 10 (NIEUW). – Wijzigingen van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en kennisbeheer en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding
Art. 241. Artikel 3, tweede lid, van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en kennisbeheer en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding, gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende:
“4° het strategisch en operationeel beleid van de juridische documentatie voor de rechterlijke orde.”
Art. 242. In artikel 13, eerste lid, 1°, van dezelfde wet worden de woorden “de opdracht bedoeld in artikel 8” vervangen door de woorden “de opdrachten bedoeld in de artikelen 8 en 8/1”.
Art. 243. In artikel 38 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het eerste lid wordt vervangen als volgt:
“Het Instituut beschikt over begrotingsmiddelen, via kredieten die zijn ingeschreven op de administratieve begroting van de Federale Overheidsdienst Justitie, voor :
1° de algemene werking en organisatie van opleidingen;
2° de financiering van het strategisch en operationeel beleid van de juridische documentatie voor de rechterlijke orde.”;
b) in het tweede lid worden de woorden “Deze kredieten” vervangen door de woorden “De begrotingsmiddelen voor de algemene werking en organisatie van opleidingen bedoeld in het eerste lid, 1° “.
Art. 244. Artikel 243 treedt in werking op 1 januari 2019.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met ’s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 18 juni 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
K. GEENS
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D. REYNDERS
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. JAMBON
De Minister van Digitale Agenda,
A. DE CROO
De Minister van Financiën,
J. VAN OVERTVELDT
De Minister van Defensie,
S. VANDEPUT
De Minister van Mobiliteit,
Fr. BELLOT
De Staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging
Th. FRANCKEN
Met ’s Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS
_______
Nota
Kamer van volksvertegenwoordigers
(www.dekamer.be) :
Stukken. 54-2919

begin

Publicatie : 2018-07-02
Numac : 2018012858

ARBEIDSMEDIATION IN DE PRAKTIJK

Bernadette Boerlage

SAMENVATTING

Arbeidsconflicten komen iedere dag voor. Sommige conflicten binnen een organisatie lossen zich vroeg of laat vanzelf op. Wanneer dat niet gebeurt is het zaak hulp in te schakelen voordat een conflict escaleert. Als gespecialiseerd arbeidsmediator heeft Bernadette Boerlage veel organisaties geholpen zonder dat het nodig was om juridische hulp in te schakelen. Door toekomstgericht te zoeken naar creatieve oplossingen komen partijen vaker tot elkaar. Het boek geeft een aantal voorbeelden waar een arbeidsmediator in de praktijk tegenaan loopt. Wat moet je doen als je ineens geconfronteerd wordt met de werkelijkheid? Als de emoties hoog oplopen? Als je verschillende culturen aan tafel hebt zitten? Wat doe je als een partij gedwongen wordt tot mediation? Op al deze vragen geeft Bernadette aan de hand van casussen antwoord.

WAAROM ? SLACHTOFFER – DADER BEMIDDELING IN VLAANDEREN – Suggnomé, VZW

“Waarom? Het is een centrale vraag bij slachtoffers van een misdrijf. `Waarom heeft hij dat gedaan, waarom ik, waarom …?’ In het beste geval komt men het antwoord op deze vraag te weten na inzage van het gerechtelijke dossier of op de zitting op de rechtbank. Vaak is dit echter niet zo en blijven slachtoffers met deze vraag zitten. Ook daders kunnen met de waaromvraag worstelen. Enerzijds omdat ze soms zelf hun daden niet kunnen vatten,… lees meer                          éd. Boek 2005

ALTERNATIEVE GESCHILLENVESLECHTING – Permanente vorming balie Kortrijk

De Kortrijkse Balie organiseert jaarlijks in het kader van de permanente vorming een hoogstaand en praktijkgericht vormingsprogramma rond een centraal thema dat in de diverse rechtstakken belicht wordt door gereputeerde sprekers en specialisten uit die rechtsdomeinen.
De hoge kwaliteit van de bijdragen jaar na jaar vormt de aanleiding om de neerslag van deze opleidingssessies ook in boekvorm uit te geven. Op deze manier kan een ruimer publiek kennis nemen van deze praktijkgerichte en multidisciplinaire bundels. Voor de Permanente Vorming in het gerechtelijk jaar 2014-2015 koos de Kortrijkse Balie als centraal thema de alternatieve vormen van geschillenbeslechting. Dit boek bundelt de diverse bijdragen, die telkens vanuit een bepaalde invalshoek het thema ontleden en zal dus een bijzonder nuttig werkinstrument vormen in de dagelijkse rechtspraktijk. Éd. Larcier, 2015/05/05.

TRAJECTBEMIDDELING – EEN HANDLEIDING

http://bemiddeling.vcok.be/media/docs/Bemiddeling/VCOK_Handleiding_Trajectbemiddeling.pdf

Dit is een uitgave van VCOK vzw, Raas van Gaverestraat 97 a, 9000 Gent

Tekst: Franky De Meyer en Lise Dammans, projectmedewerkers, bemiddelaars

Eindredactie: Magelaan cvba, 9000 Gent
Inhoud
Deel 1. Trajectbemiddeling: enige achtergrond
Wat is trajectbemiddeling?
Wat is trajectbemiddeling niet?
Deel 2: Trajectbemiddeling in de praktijk
Het bemiddelingsmodel contrapunt
Het specifieke van trajectbemiddeling en de rollen van de trajectbemiddelaar
Rol 1: de bemiddelaar beheert andermans onderhandelingen Ervaringen uit de bemiddelingspraktijk Ervaringen uit de gerechtelijke trajectbemiddeling in Brussel Ervaringen uit de niet-gerechtelijke trajectbemiddeling in Gent Richtlijnen voor de trajectbemiddelaar bij een gerechtelijke trajectbemiddeling Richtlijnen voor de trajectbemiddelaar bij een niet-gerechtelijke trajectbemiddeling
Rol 2: de bemiddelaar beheert de (on)evenwichten Ervaringen uit de gerechtelijke trajectbemiddeling in Brussel Richtlijnen voor de trajectbemiddelaar bij een gerechtelijke trajectbemiddeling Richtlijnen voor de trajectbemiddelaar bij een niet-gerechtelijke trajectbemiddeling
Rol 3: de bemiddelaar beheert de informatie Ervaringen uit de bemiddelingspraktijk Richtlijnen voor de trajectbemiddelaar bij een gerechtelijke trajectbemiddeling Richtlijnen voor de trajectbemiddelaar bij een niet-gerechtelijke trajectbemiddeling
Bevindingen uit het project trajectbemiddeling
Bevindingen van de trajectbemiddelaars Zowel voor de gerechtelijke als de niet-gerechtelijke trajectbemiddeling Specifiek voor de niet-gerechtelijke trajectbemiddeling Specifiek voor de gerechtelijke trajectbemiddeling
Bevindingen van de rechters
Deel 3. Kansen voor en vragen over trajectbemiddeling
Kansen voor trajectbemiddeling Vragen over trajectbemiddeling
Handleiding trajectbemiddeling – p. 4
Bijlagen Bijlage 1: het project trajectbemiddeling Bijlage 2: checklist voor de inhoudelijke aspecten Bijlage 3: aandachtspunten in verband met de rollen van de trajectbemiddelaar in een gerechtelijke context Bijlage 4: informatie over de persoonlijke verschijning Bijlage 5: informatie voor cliënten over het project trajectbemiddeling Bijlage 6: informatie voor cliënten over de wet bemiddeling

Bemiddeling_voor_iedereen

“BEMIDDELING VOOR IEDEREEN”

Auteur: Rudy Vandamme en Diana Evers – Deventer 2008, Entos
128 blz. Paperback ISBN 978-90-77458-05-1
Dit boek is bestemd voor teamleiders, afdelingshoofden en managers die zich afvragen hoe ze coaching in hun leiderschap kunnen integreren. Door de vele schema s, stappenplannen en cases is dit boek een ijzersterk hulpmiddel om mee aan de slag te gaan.
De kernboodschap is dat er een grote nood is aan bekwame en integere leiders. Dit soort leider wordt gecoacht en leert coachen. Coaching vervangt leiderschap niet, maar voegt juist iets toe. Volgens de ontwikkelingsgerichte benadering gaat de leidinggevende ervan uit dat alles en iedereen voortdurend in beweging is. De kunst van het leiderschap is die beweging te volgen en te leiden. Coaching is daarvoor de methode bij uitstek.
Het eerste deel van het boek vertelt over de competenties van de coachende leider op basis van stappenplannen en modellen voor project coaching, ontwikkelingsgerichte coaching en team coaching. Het tweede deel bevat zeven manieren om de persoonlijke ontwikkeling van de coachende leider te stimuleren.
Recensie(s)(Annechien Sloots)
Een handleiding voor iedereen die in het dagelijks leven of in een zakelijke setting bemiddeling wil toepassen bij conflicten. Aan bod komen onder meer de vraag wat bemiddelen nu precies is, wanneer je het kunt toepassen, de filosofie achter bemiddeling, wat het werk van een bemiddelaar precies inhoudt (onder andere de afbakening met andere disciplines) en de verschillende vormen van communicatie. Daarnaast geeft het boek een uitgebreid stappenplan hoe je bemiddeling zou moeten aanpakken. Elk hoofdstuk sluit af met een aantal denkvragen en valkuilen. Het boek is zodanig geschreven dat het toegankelijk is voor iedereen die geinteresseerd is in middelen (ook wel bemiddeling of mediation geheten). Het taalgebruik is gemakkelijk, de alinea’s zijn kort, waardoor het geheel zeer leesbaar is. Rudy Vandamme is onder meer schrijver van diverse boeken op het gebied van communicatie en is (mede-)oprichter van het Mediation Instituut Vlaanderen. Diana Evers is onder meer bemiddelaar op het gebied van familiezaken en geeft daarnaast veel trainingen op dat terrein.

Bemiddeling

MEER DAN EEN HYPE “BEMIDDELING”

Auteur: Diana Evers  Uitgever: Acco C.V., Uitgeverij
153 pagina’s ISBN 9789462920873 oktober 2016
Samenvatting
In dit boek bespreekt auteur Diana Evers haar persoonlijke visie op de betekenis van bemiddeling in de hedendaagse maatschappij. Met 20 jaar ervaring gaat haar aandacht vooral uit naar wat bemiddeling kan betekenen voor onze ontwikkeling als mens binnen de samenleving. Het boek biedt bovendien ook inzicht in de vele lagen van bemiddeling.
De auteur vertelt drie bemiddelingsverhalen, nl. het kleine, het midden- en het grote verhaal, elk met hun eigen waarde en toepassingen. Een gewaagde insteek in een tijd waar verhalen plaats moeten maken voor data en analyses. Dat belet de auteur echter niet om haar boodschap op deze manier door te geven aan de lezer. Het boek sluit af met een toekomstvisie op de bijdrage van bemiddeling aan een nieuwe samenleving en hoe middelen, bemiddelen en bemiddelingsgericht mogelijk bijdragen aan een meer vreedzame samenleving.
Dit boek richt zich tot een brede doelgroep van gebruikers, bemiddelaars en beleidsmensen. Gebruikers komen te weten wat ze kunnen verwachten van bemiddeling en bemiddelaars worden zich bewust van hun visie en werkwijze. En beleidsmensen staan stil bij de visie achter hun bemiddelingsverhaal.
Recensie(s) (Mr. P.C. van Schelven)
Conflicten zijn een alledaags verschijnsel in persoonlijke verhoudingen, het werkende leven en de politiek. In dit boek wordt ingegaan op de vele aspecten van geschillen en conflicten, zoals de vraag hoe een klein meningsverschil kan escaleren tot een groot conflict of zelfs een existentiële crisis. De auteur, een Belgische gezinssociologe met een eigen praktijk op het gebied van bemiddeling, beschrijft in dit gemakkelijk leesbare boek hoe bemiddeling – ook wel genoemd: mediation – kan bijdragen aan meer vreedzame verhoudingen. Het boek bevat diverse praktijkvoorbeelden en deze zijn bruikbaar voor iedereen. Het boek laat ook zien dat het bemiddelen bij conflicten heel veel facetten omvat. Uit het boek blijkt dat de auteur grote kennis op dit gebied heeft. Zonder twijfel is dit boek geschikt voor iedereen die zich wil oriënteren op een op bemiddeling gerichte oplossingsmethode. Voorkennis is niet vereist. Een nuttige uitgave met veel bruikbare literatuurverwijzingen.

De_10_vaardigheden_van_mediation

“DE 10 VAARDIGHEDEN VAN MEDIATION”

Auteur: Hein van Meeteren – Uitgever: Business Contact
192 pagina’s IBSN9789047003571 december 2009
Samenvatting
In dit boek beschrijft Hein van Meeteren (NL) tien onmisbare vaardigheden bij de uitvoering van mediation (bemiddeling bij conflicten). Het boek is niet alleen voor de professionele NMI-geregistreerde en gecertificeerde mediators geschreven, maar ook voor managers, bestuurders en leidinggevenden die door hun werk veelvuldig in aanraking komen met interne en externe conflicten en spanningen.
Enkele vaardigheden die aan de orde komen zijn:
weten te sturen én los te laten;
een heldere gespreksstructuur aanbrengen en bewaken;
jezelf met gezag en geloofwaardigheid neerzetten;
de onpartijdigheid nauwgezet bewaken;
goede omgang met agressie en emotionele uitbarstingen;
onderhandelen als onderdeel van het bemiddelingsgesprek;
onderliggende zorgen, behoeften en belangen aan de oppervlakte brengen..

Mediation_in_praktijk

“MEDIATION IN PRAKTIJK”

Beroepsvaardigheden en interventietechnieken

Auteur: Hugo Prein – Uitgever: Uitgeverij Boom
296 pagina’s IBSN 9789089535733 februari 2015

 

Samenvatting

Mediation in praktijk gaat over conflictbemiddeling – mediation – in de breedste zin van het woord. Te denken valt aan echtparen die op een respectvolle manier willen scheiden, werknemers en werkgevers in een arbeidsconflict, ouders die in conflict raken met instanties als de jeugdhulpverlening en aan het onderwijs dat moet investeren in een ‘vreedzame’ school. Dit boek is allereerst gericht op psychologen, maar is ook van belang voor juristen, notarissen, accountants en andere beroepsbeoefenaars die zich bezighouden met conflicten. 4e herziene druk In deze vierde druk is de tekst op meerdere plaatsen grondig herschreven, aangevuld en aangepast aan de laatste ontwikkelingen in het vakgebied. De auteur beschrijft de meest in aanmerking komende gesprekstechnieken die de mediator kan hanteren. Hij besteedt hierbij aandacht aan de psychologische achtergronden van de verschillende interventietechnieken en aan de persoon van de mediator als interventionist. Hij plaatst de interventietechnieken binnen het ruimere kader van de interventiekunde, zoals de systeemgerichte gezinsbehandeling, oplossingsgerichte gesprekstherapie en organisatieverandering. De auteur ontwikkelde het beoordelingsinstrument waarmee de beroepsvaardigheden van de mediator kunnen worden vastgesteld. Dit instrument wordt gebruikt door het Nederlands Mediation Instituut (NMI) in de procedure voor de persoonscertificering van mediators. Hieraan wordt in dit boek aandacht besteed en het is als bijlage opgenomen. Mediation in praktijk kan zo ook dienen als ondersteuning bij de voorbereiding van het assessment bij de persoonscertificering. Mediation in praktijk is door het NMI voorgeschreven ter voorbereiding op de kennistoets voor de certificering van mediators. Over de auteur(s): Hugo Prein promoveerde in 1982 in Leiden op dit onderwerp en is ruim 30 jaar als docent/onderzoeker werkzaam geweest bij Sociale en Organisatiepsychologie aan de Universiteit van Utrecht. Hij is nu zelfstandig gevestigd als trainer/consultant/mediator. Hij is auteur en redacteur van diverse publicaties over mediation, zoals het Trainingsboek Conflicthantering en Mediation. Hij geeft opleidingen en trainingen.
Recensie(s) (Mr. P.C. van Schelven)
Geactualiseerde en sterk uitgebreide druk van een zeer succesvol boek over conflictoplossing en mediation. Het bemiddelen bij geschillen in de vorm van mediation heeft inmiddels een stevige plek in de Nederlandse samenleving verworven, bijvoorbeeld bij arbeidsconflicten, geschillen met de overheid, echtscheidingen en buurtconflicten. In dit gedegen boek, bestemd voor de beginnende en gevorderde mediator, wordt zeer uitgebreid ingegaan op de verschillende communicatietechnieken die de mediator moet kunnen hanteren. De gespreksvoering tijdens een mediation komt dus stevig aan bod. Daarnaast komt de fase die aan een mediation vooraf gaat aan de orde, zoals keuze van locatie, tafelschikking etc. Het boek bevat een uitgebreide lijst van beroepsvaardigheden die een goede mediator in huis moet hebben. Het boek is goed bruikbaar als studieboek, bijvoorbeeld met het oog op de certificering van mediators. De auteur heeft in de wereld van mediation een grote reputatie. Het boek is geschikt voor psychologen, juristen, notarissen, accountants en andere professionals die bij conflicten betrokken zijn.

Kind_in_bemiddeling

“KIND IN BEMIDDELING”

Auteur: C. van Leuven A. Hendriks – Co-auteur: A. Hendriks – Uitgever: Swp
150 pagina’s IBSN 9789066658226 november 2006
Samenvatting
Een meisje van zes tekende tijdens een kindermoment in bemiddeling een huis met veel ramen. ?Waarom heeft jouw huis zo veel ramen ??, vroegen we. Het kind zei ons: ?Dan kunnen papa en mama alles beter zien.?
Kernachtiger kunnen de auteurs hun doelstelling niet verwoorden. Ze beschrijven de weg die ouders en hun kind(eren) bij scheiding onder professionele begeleiding van de bemiddelaar begaan om de ouder-kindrelatie op positieve wijze te behouden. Ouders worden geholpen hun communicatie waar nodig te verbeteren, naar kinderen wordt serieus geluisterd en de valkuilen in het ouderschap na echtscheiding worden zichtbaar gemaakt.
Het zogenaamde Zorgmodel biedt ouders en kinderen de mogelijkheid te kiezen voor ouderschap op maat. Een rechter in het Hof Den Bosch noemde het Zorgmodel ?het groeimodel?; door de geboden begeleiding kunnen ouders ondanks de scheiding groeien naar het collega-ouderschap. Van de kindermomenten in bemiddeling gaat misschien wel de grootste kracht uit. Zo houden de ouders de wortels van hun kind intact ? vanuit de tijd dat ze nog samen een gezin vormden ? en schenken ze het de ruimte om de vleugels uit te slaan.

Beter_bemiddelen

“BETER BEMIDDELEN”

Auteur: Steef Post – Uitgever: de Banier
IBSN 9789402901467 november 2016
Samenvatting
Conflicten zijn overal waar mensen zijn. Het kan dan ook zomaar gebeuren dat je uitgedaagd of geroepen wordt om te bemiddelen. Als manager, bestuurder, toezichthouder, ambtsdrager of gewoon als collega of vriend. Hoe voorkom je dat je partij gaat kiezen?Wat moet je doen als mensen hardnekkig aan standpunten blijven vasthouden? Dit prettig geschreven boek leidt je op een praktische manier langs alle voetangels en klemmen. Het biedt houvast als je mensen wilt begeleiden, op weg naar verbinding en verzoening. Met gespreksleidraad. Bevat twee bijlagen: ’Bemiddelen bij huwelijksproblemen’ en ’Het leiden van een lastige vergadering’.

Ik_tel_mee_!_Kinderen_in_bemiddeling_Mia_Renders_en_Franky_De_Meyer

“IK TEL MEE ! Kinderen in bemiddeling”

Mia Renders en Franky De Meyer m.m.v. Barbara Gayse, uitgegeven bij Roularta, 2007 – 254 p. : illustraties + dvd-video  – Meer info in Newsletter 8 september 2013
Dit werkboek biedt praktische handvatten om kinderen vanuit een professionele rol extra ruimte te geven. De interventies zijn beschreven in het kader van ouderschapsbemiddeling maar zijn ook van toepassing in andere werkcontexten. Het boek neemt u eerst mee naar wetenschappelijk onderzoek. Wat steunt kinderen? De ouders zijn veruit de beste experts om hun kinderen doorheen de scheiding te helpen. Verstevig de ouders en je verstevigt hun kind. Wat kunnen kinderen en ouders doen om de last van een scheiding draaglijk te houden? Kijken door de ogen van wetenschap, kinderen en ouders is een omweg om uiteindelijk met?/ eigen ogen te kijken. Hoe kunt u kinderen steunen door hun ouders te steunen? In het boek zit een DVD met de film kindgerichte ouderschapsbemiddeling. De film toont hoe een bemiddelaar ‘ouder zijn’ naast ‘ex-partner zijn’ zet, hoe een bemiddelaar ouders uitnodigt om hun kinderen te laten meetellen in de regelingen, en hoe ouders rekening houden met wat hun kinderen belangrijk vinden. De bemiddelaar in het rollenspel is een therapeut-bemiddelaar. De rollenspelen worden afgewisseld met commentaar van een advocaat-bemiddelaar en een notaris-bemiddelaar.

Getting_To_Yes_With_Yourself

“Getting to Yes with Yourself : A Book Talk” by William Ury

Au programme de négociation de la Harvard Law School, William Ury, membre fondateur du Programme sur la négociation et co-auteur du livre séminal Getting to Yes , a parlé de son dernier livre, Getting to Yes avec vous -même. Plus de 250 membres de la communauté, les étudiants et les membres du corps professoral remplis Austin Hall pour entendre Ury parler des négociations qui doivent se produire avec soi – même avant d’ aller à la table pour négocier avec les autres.
Ury est un négociateur et un médiateur bien connu et très apprécié. Son travail a déjà porté principalement sur les négociations extérieures , et il a souvent souligné la nécessité de “aller sur le balcon” au cours de ces négociations. Ce moment de réflexion est destiné à aider les individus à comprendre leurs sentiments et leurs motivations, et méditer les sentiments et les motivations de ceux avec lesquels ils sont en train de négocier. Dans Getting to Yes avec vous – même , Ury souligne l’importance “d’aller sur le balcon” avec soi -même. En prenant le temps de se concentrer sur nos sentiments et motivations avant d’entrer dans une négociation, nous pouvons mieux comprendre ce qui nous pousse au cours des négociations interpersonnelles. Cela peut conduire à des relations plus saines. Ury a mis en évidence cette pratique à travers plusieurs anecdotes convaincantes qu’il reprend dans son livre.

Casus Belli. Sur les sentiers de la paix – DVD

Anne Levy-Morelle – 101′ – 2014 – 16/9 – VO FR – st NL, EN – Film d’auteur – Production: CVB

Un « casus belli » c’est, littéralement, un motif de guerre. Ce motif peut être essentiel ou futile, et le feu qu’il allume une guerre mondiale ou une querelle de voisinage. Certaines étapes se retrouvent quelle que soit la taille du conflit : incompréhension – interprétations de signes, actes ou paroles – dénigrement – insultes franches ou voilées  – escalade. Le feu est plus facile à allumer qu’à éteindre !
Ce film s’intéresse au difficile travail de ramener les humains en discorde à une paix relative. Deux métiers et deux lieux sont explorés : le médiateur de quartier, qui écoute, s’abstient de tout conseil, tâche de faire émerger la solution des parties elles-mêmes et le juge de paix, qui tantôt tranche, tantôt s’efforce de dégager un accord – parfois au forceps. Devant eux, le théâtre de l’humanité, avec ses ruses, ses fanfaronnades, ses manœuvres de séduction, et sa sincérité.

jacquette-une-manière-de-sentendre-576x1024

UNE MANIÈRE DE S’ENTENDRE, LA MÉDIATION – DVD
Réalisation: Jacques Borzykowski

1. La Médiation familiale – 35′ / 2011
Lors d’une audience au Palais de Justice de Bruxelles, le juge invite les parents à entamer une médiation. Le documentaire s’articule autour des étapes et du processus. Nous percevons le vécu d’une médiation à travers les gestes, attitudes, regards, silences… mais aussi les témoignages des parents. L’enfant, absent à l’image, est au coeur des préoccupations, un fil conducteur important du film.
2. Contextes et intervenants – 28′ / 2011
Des référents : juge, procureur, avocat,… apportent un point de vue sur la médiation à partir de leurs expériences
personnelles. Médiateurs et parents nous indiquent comment arriver en médiation. Ils comparent et définissent ce
qu’est la médiation en regard d’autres types d’interventions. Des médiateurs de différents champs nous expliquent
quelles aptitudes, habilités et compétences sont indispensables à la profession.
Les DVD sont vendus pour promouvoir la Médiation comme autre manière de gérer les conflits. Il est actuellement en français/anglais. Les témoignages des médiés/médiants sont super…. Le film aborde la Médiation Familiale (processus/étapes), la médiation interculturelle, la médiation logement, la médiation de voisinage.

Petit guide pratique pour l’usager potentiel de la médiation en entreprise, dans le non marchand, dans les organisations, les institutions, les administrations.

Jean-Louis Deckers & Hélène van den Steen
Avec la contribution active des relecteurs : Elisabeth Radar, Dr Maurice Theunissen, Véronique Pironet, Michel Vessiere, Michel Piraux, Jacques Talbot, Annette Bridoux , Ghislaine Delvigne, Hélène Halperin-Katz, Monique De Pauw, Véronique de Jamblinne de Meux-Lagasse de Locht, Catherine Tellin, Anne Habets, Marjan Abadie, Anne-Catherine Lederer-Verhulst,
Document à consommer et distribuer sans modération: ne nuit pas à la santé. éd. UBMP-BUPB-BUPM

Mini lexique RAD/ADR quadrilingue

Jean A. Mirimanoff & Marco Pons
Un mini-lexique RAD/ADR en 4 langues de 51 pages -ENGLISH TRANSLATION Jeremy Lack / DEUTSCHE ÜBERSETZUNG James Peter / РУССКИЙ ПЕРЕВОД Татьяна Алексейцева – Document à consulter sur : https://www.observatoiredesmediations.org/coreWeb/docReader/myReader.php?fID=refBibliography_ID-16_No-01.pdf