Bij scheiding moet ook kind bemiddeling kunnen vragen

0

Bij scheiding moet ook kind bemiddeling kunnen vragen

21/01/2016 om 10:52 door Veerle Beel

Foto_GPD

Foto: GPD

Wanneer ouders scheiden, kunnen ze een beroep doen op bemiddeling om dit vreedzaam te laten verlopen. Ook kinderen zouden die bemiddeling moeten kunnen starten, zegt het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen.

Een op vijf kinderen in ons land leeft met gescheiden ouders. De scheiding zelf is een ingrijpende gebeurtenis, die veel veranderingen teweegbrengt in het leven van ouders én kinderen. Vaak ontstaat er ook al onrust in het gezin voor de feitelijke scheiding. En daarna is het soms lang zoeken naar een nieuw evenwicht, al dan niet in een nieuw samengesteld gezin.

Een aantal kinderen en jongeren belt of chat tijdens dit soms moeizame proces met medewerkers van Awel, de vroegere kinder- en jongerentelefoon. Ze kunnen er anoniem hun verhaal doen en vinden er een luisterend oor. 145 van die chatgesprekken werden nu geanalyseerd door onderzoekers van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen.

Zowat alle chatgesprekken werden geïnitieerd door kinderen of jongeren die het moeilijk hadden of bleven hebben met de scheiding van hun ouders. Om diverse redenen: of ze ervaren de scheiding als een donderslag bij heldere hemel, of ze kunnen of mogen er met hun ouders niet over praten, of ze zien een van hun ouders niet meer en lijden daaronder. Soms hebben ze ook moeite met een nieuwe partner of een nieuwe gezinssituatie. Of ze hadden geen inspraak in hun eigen verblijfssituatie.

Het is niet abnormaal dat kinderen tijd nodig hebben om te wennen aan de gezinstransitie. Het gros van de kinderen bereikt na een jaar of twee wel opnieuw een evenwicht. Een minderheid blijft er langer mee worstelen.

De onderzoekers van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen denken dat het zou helpen als kinderen nauwer bij het scheidingsproces betrokken worden. Ze formuleren daarom voorzichtig het advies om bemiddeling ook te laten opstarten door de kinderen, zodat zij mee kunnen praten over de regelingen na scheiding. Ook kan dit verhinderen dat de scheiding van de ouders ontaardt in een vechtscheiding, die kinderen dwingt om te kiezen voor een van beide ouders. Gezien de loyauteit van kinderen aan hun beide ouders, is dit quasi onmogelijk.

De jongeren die contact namen met Awel voelen zich verdrietig, angstig, boos, onzeker, schuldig en machteloos. Vooral kinderen die zich verlaten voelen door een van beide ouders, gaan zich bijzonder slecht voelen. Awel en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen denken dat deze jongeren het best geholpen worden wanneer ze terecht kunnen bij een vertrouwenspersoon: ‘Iemand die niet tot justitie behoort. Het is niet goed als jongeren meteen naar de rechtbank moeten stappen om gehoord te worden. Lotgenotencontact helpt volgens ons veel beter. Het is ook wat de jongeren van KAJ vroegen, toen ze hun dossier over leven na een scheiding voorstelden.’