1         Wat is professioneel bemiddelen?

Bemiddelen is van alle tijden en bestaat in alle culturen. Hoewel bemiddelen een oud fenomeen is,

De laatste 3 decennia maakte de institutionalisering van het beroep en het wetenschappelijk onderzoek in de Westerse wereld opgang.

Zowel in de literatuur als in de beroepspraktijk vindt men, geschematiseerd, twee  benaderingen:

  1. bemiddeling als onderhandelingsproces, gericht op de oplossing van een conflict;
  2. bemiddeling als een sociaal proces, gericht op het verbeteren van de onderlinge communicatie, om tot een beter begrip van de situatie te komen en in het beste geval een oplossing voor het probleem te vinden.
  3. Prein spreekt over drie types van bemiddeling: de oplossingsgerichte, de probleemoplossende en de communicatiegerichte aanpak.[i]
  1. De oplossingsgerichte benadering is een resultaatgerichte methode die een overeenkomst wil bereiken die voor de partijen aanvaardbaar is. De bemiddelaar heeft prioritair aandacht voor het oplossen van het conflict of tenminste toch voor het uitwerken van een regeling waar de partijen kunnen achterstaan.

De probleemoplossende benadering is eerder een  procedureel gebeuren, waar veel aandacht gaat naar het onderhandelingsproces, dat naar een oplossing van het conflict leidt. Men gaat ervan uit dat de deelnemers doorgaans het probleem beter kennen dan de bemiddelaar en dat ze eerder procedurele hulp nodig hebben dan suggesties of inhoudelijke adviezen.[ii] Daar de nadruk op het onderhandelen ligt, maakt de  bemiddelaar hier vooral gebruik van de concepten en technieken uit de Havardmethode.[iii]

  1. De communicatiegerichte of relationele benadering concentreert zich minder op de inhoud (de conflictkwesties) en procedures om conflicten op te lossen. Door haar eerder relationele benadering is ze vooral gefocust op de communicatie: het verhelderen van de conflicten, het uitspreken van onderliggende gevoelens en het verduidelijken van percepties.
  2. Binnen de communicatiegerichte benadering situeren we ook de transformatieve bemiddeling. Die is vooral  gericht op empowerment en recognition. De partijen zullen daardoor zelf in staat zijn hun conflicten op te lossen. [iv]

Brenninkmeijer geeft de volgende algemene bepaling van bemiddeling: het gezamenlijk oplossen van een geschil met de hulp van een geregistreerde bemiddelaar. Hij stelt dat vier criteria nodig zijn om professioneel te bemiddelen:

  • partijen hebben een geschil of een conflict
  • dat ze onderling willen oplossen
  • met hulp van een onafhankelijke derde
  • die als bemiddelaar geregistreerd en erkend is.[v]

Als de bemiddeling beantwoordt aan die 4 criteria spreekt hij van mediatie of mediëren. (Het niet professioneel bemiddelen, wordt in Nederland bemiddeling genoemd.)

De bemiddelaar helpt conflicterende partijen om van een conflictsituatie over te stappen naar een gezamenlijke onderhandelingsstrategie door naar gemeenschappelijke belangen te zoeken. Deze win-win-oplossing wordt de Hardmethode genoemd.[vi] De bemiddelaar helpt de partijen om zelf feiten te checken, gevoelens te delen, opvattingen en ideeën uit te wisselen en samen te zoeken naar een overeenkomst waar iedereen beter van wordt. Een bemiddelaar kan alle technieken van het conflictmanagement gebruiken.

Volgens de methodologie van bemiddeling stelt de mediator zich neutraal en onafhankelijk op en heeft hij een faciliterende rol bij de bemiddeling. Hij helpt de partijen om effectief en ethisch verantwoord met elkaar te onderhandelen, waarbij niet alleen de juridische aspecten van de zaak, maar ook de belangen, gevoelens, principes en waarden van de partijen ter sprake kunnen komen. Het is zeker niet de bedoeling dat de bemiddelaar zelf een mening geeft, laat staan een beslissing of een oplossing forceert. Conflicterende partijen zoeken samen naar een voor alle partijen aanvaardbare oplossing. De bemiddelaar is een volstrekt onafhankelijke (proces)begeleider. Hij ondersteunt partijen om gezamenlijk naar de best mogelijke oplossing te zoeken. De kern van de bemiddeling is dus een methode waarbij een onafhankelijke derde de partijen helpt een aanvaardbaar compromis te vinden. De bemiddelaar (de derde partij) tracht dit doel te verwezenlijken door de partijen te helpen zélf tot een oplossing te komen.

2         Spanningsveld tussen sociaal werker, advocaat en bemiddelaar

2.1   Verschil in functie van sociaal werker en bemiddelaar

Sociaal werk en bemiddeling zijn activiteiten die veel raakpunten hebben maar ook onderling verschillen. Alyson Taylor [vii] beschrijft volgende competenties die een bemiddelaar absoluut moet bezitten:

  1. conflicthantering, onderhandelingsprocessen en bemiddeling
  2. vaardigheden van hulpverlenende beroepen: informatie, consultatie, begeleiding, advies, dienstverlening en belangenverdediging;
  3. communicatietechnieken en technieken van gespreksvoering;
  4. (kunnen) doorverwijzen naar en samenwerken met andere professionals, case management, kwaliteitsmanagement en strategische planning
  5. juridische en financiële kennis en processen
  6. contextgebonden kennis en vaardigheden

Van de eerste competentie kunnen we zeggen dat ze een specifieke competentie is voor de bemiddelaar. De competenties 2 zijn specifieke competenties voor hulpverleners. Competenties 3 tot 6 zijn generieke competenties. Zowel de sociaal werker als de bemiddelaar en advocaat moet er over beschikken.

Maatschappelijk werker, advocaat en bemiddelaar zijn verschillende beroepen. Ze werken nochtans vaak voor dezelfde cliënten. De methodologie van die beroepen is verschillend. Bij de maatschappelijk werker en advocaat is er veel aandacht voor het optreden namens de cliënten, door middel van onderhandelen, pleitbezorging en belangenbehartiging.

Sociaal werkers en advocaten denken vaak dat ze ‘bemiddelen’ in hun dagelijks werk. Ze gaan onderhandelen met gerechtelijke en administratieve overheden om de belangen van hun cliënten te verdedigen. In die zin zijn ze zeker onderhandelaar en kunnen ze de methodes van het onderhandelen en bemiddelen gebruiken.

Bemiddelen als onafhankelijke derde die zich direct op het proces van het onderhandelen richt, doen ze als zodanig niet. De positie en de houding van de maatschappelijk hulpverleners en advocaten verandert wanneer ze als “professionele” bemiddelaars gaan werken.

Bemiddelaars zijn in feite sociaal werkers of juristen die naast hun basisopleiding (rechten, psychologie, pedagogie, sociale agogie, criminologie, maatschappelijk werk) nog een specialisatie in bemiddelen hebben gevolgd.

Als cliënten met een conflict of geschil hulp krijgen onder de vorm van belangenbehartiging komt dit niet alleen door de vraag van de cliënt, maar ook door de beroepshouding van de maatschappelijk werker zelf. De doelstelling van het maatschappelijk werk is de burger te stimuleren en te ondersteunen in zijn socialisatie en emancipatie. Welzijnswerk is emancipatorisch en bevordert het empowerment van cliënten.[viii] De manier van werken is er mede op gericht cliënten mondiger te maken en hun zelfredzaamheid te vergroten. De sociaal werker gaat daarom na of de condities daarvoor aanwezig zijn of ontwikkeld kunnen worden. De bemiddelaar gaat uit van de autonomie van zijn cliënt.

‘Bemiddelen’ voor een cliënt die onvoldoende toegang heeft tot zijn sociale rechten, is als dusdanig niet de taak van een professionele bemiddelaar. Hij stelt zich hier niet op als onafhankelijke derde. Hij treedt op als belangenbehartiger van zijn cliënt.

2.2   Van sociaal werker tot bemiddelaar

Sociaal werkers die bemiddelaar worden, moeten de professionele en ethische principes van de bemiddeling toepassen.

De bemiddelaar geeft geen gelijk of ongelijk aan partijen en onthoudt zich van elk oordeel over de rechtmatigheid van de eisen en verlangens van zijn cliënten. Hierin verschilt bemiddeling van andere vormen van hulp- en dienstverlening die een sociaal werker  zich als beroepsbeoefenaar eigen heeft gemaakt. Kennis en vaardigheden die een sociaal werker  in zijn oorspronkelijk beroep aangeleerd heeft, komen een bemiddelaar goed van pas.

Essentieel voor de bemiddelaar is dat hij als onafhankelijke derde naast de partijen staat, terwijl de sociaal werker  als hulp- of dienstverlener niet zelden gericht is op één partij. Problemen die zich aandienen, treedt de sociaal werker  tegemoet vanuit de belangen van die partij. Het is bepaald anders om een cliënt bij te staan in een echtscheidingsprocedure als sociaal werker, dan om te bewerkstelligen dat de scheidende partners met elkaar tot overeenstemming komen over wat hen nog rest uit het verleden en mogelijk nog kan binden in de toekomst. Een werknemer stimuleren tot openheid en assertiviteit om te voorkomen dat een beginnend arbeidsgeschil escaleert, vereist een andere opstelling dan deze werknemer en diens chef tot een onderling vergelijk te laten komen via bemiddeling. De maatschappelijk werker die als bemiddelaar aan het werk wil gaan, moet zich hiervan terdege bewust zijn. Er is niets op tegen dat een hulpverlener zich met hart en ziel opwerpt als belangenbehartiger van cliënten. Een beroepshouding als bemiddelaar is fundamenteel anders dan de beroepshouding van een hulpverlener.

Het is voor een bemiddelaar een absolute must dat hij als onafhankelijke derde en buitenstaander van het conflict, anderen tot een oplossing stimuleert, zonder zich met de inhoud te bemoeien. In heel wat situaties neemt de maatschappelijk werker een standpunt in tussen de tegengestelde doelen en belangen van de partijen. Zowel de positie van de sociaal werker  als het element van dwang staan haaks op de uitgangspunten van bemiddeling. In de bemiddeling gaat het essentieel om twee of meer partijen die op basis van autonomie en gelijkheid zelf onderhandelen en zelf beslissen. De beslissing in het maatschappelijk werk echter wordt in veel gevallen genomen door een gerechtelijke of administratieve overheid. De uitkomst van de onderhandeling staat vast: er wordt uiteindelijk een maatregel of een behandeling opgelegd. De maatschappelijk werker probeert enige acceptatie bij de cliënt te bewerkstelligen. Dit is wenselijk en zelfs noodzakelijk. Bij professionele bemiddeling is dit uitgesloten.

Werken als bemiddelaar betekent met een andere blik naar cliënten kijken en de geschillen waarmee zij te maken hebben, op een andere manier benaderen. De positie van de bemiddelaar is verschoven. Hij staat niet langer deze ene cliënt terzijde, maar richt zijn assistentie op beide partijen in een geschil en op het proces van onderhandelen. Dit vereist een andere houding, andere vaardigheden en gedegen kennis van de methodologie van bemiddeling.

2.3.   De advocaat-bemiddelaar versus de sociaal werker die bemiddelaar wordt

De belangrijkste beroepsgroepen die zich bijscholen als bemiddelaar zijn sociaal werkers (psychologen, sociaal agogen, criminologen, maatschappelijk assistenten…), politiemensen en juristen (advocaten en notarissen). Deze beroepsgroepen hebben het risico dat ze blijven vasthangen in hun oorspronkelijke beroepsmethodes. Dit is zowel een probleem voor sociaal werkers als voor politiemensen en juristen. Deze werkwijzen zijn nogal verschillend. Tijdens de opleiding tot bemiddelaar worden ze systematisch bijgestuurd om de methodologie en deontologie van de bemiddelaar toe te passen. Supervisie en intervisie zowel tijdens de opleiding als bij de uitoefening van het beroep van bemiddelaar worden daarbij gebruikt. “Mediators starten vanuit diverse beroepen en brengen zo uiteenlopende en unieke kennis en vaardigheden met zich mee in het beroep van mediator, maar zullen soms ook verschillende dingen moeten afleren, omdat iedere beroepsachtergrond zijn eigen valkuilen kent.” [ix] Elke bemiddelaar ondervindt specifieke problemen bij het opzetten van dat andere “professionele petje” als  bemiddelaar.

De juridisch gerelateerde beroepen hebben last met het loslaten van al te sterke adviesfunctie en uitoefening van macht over de partijen. Zij zijn directief en stellen te gemakkelijk zelf een oplossing voor in plaats van de partijen te helpen bij het zoeken naar een oplossing. Het bevorderen van onderlinge communicatie tussen de partijen verloopt soms moeizaam. Voordelen zijn hun kennis van burgerlijk recht, strafrecht, gerechtelijke procedures en rechtspraak. Ze hebben een beter inzicht in de juridische gevolgen van overeenkomsten en zijn meer vertrouwd met wat ‘juridisch’ haalbaar en verantwoord geacht wordt in een gerechtelijke context.

De beroepsgroep uit de menswetenschappen heeft over het algemeen meer ervaring en kennis op gebied van communicatie- en onderhandelingstechnieken. De sociaal werkers kunnen vaak beter om met hoogoplopende conflicten, weten meestal hoe ze machtsonevenwicht kunnen nivelleren en machtsmisbruik afremmen. Ze hebben gemakkelijker vertrouwen in de deskundigheid van partijen bij het maken van correcte afspraken betreffende de opvoeding van de kinderen, het bezoekrecht, de schoolkeuze, de vrijetijdsbesteding, de verdeling van goederen enz.

Kortom, alle professionals hebben hun sterktes en zwaktes als bemiddelaar, afhankelijk van hun voorgaand beroep. In hun opleiding als bemiddelaar worden ze hierin bijgestuurd. Dit lukt niet altijd volledig. [x] Een advocaat die bemiddelt wordt vaak aangezocht door één partij. Het risico bestaat dan dat hij moeilijker een neutrale houding aanneemt. Daarom kiezen beide partijen beter in gezamenlijk overleg hun bemiddelaar.

Er zijn momenteel nog weinig sociaal werkers die op zelfstandige basis bemiddelen. Tot op vandaag zijn ze met een bediendestatuut tewerkgesteld in CAW’s of erkende bemiddelingsdiensten.

Samenwerking tussen advocaten-bemiddelaars en welzijnsbemiddelaars is het ideaal. Bij een bemiddeling kunnen meerdere mensen betrokken worden. Voor de juridisch–financiële kant kan een advocaat-bemiddelaar optreden, voor de emotionele-sociale aspecten kan een welzijnsbemiddelaar mediëren. Zo kan de juridisch geschoolde bijvoorbeeld beter functioneren bij vereffening-verdeling, het bewaken van billijkheid en het op schrift stellen van besluiten voor de rechtbank, terwijl de menswetenschapper bijvoorbeeld de begeleiding van een rouwproces bij scheiding, psychische problematiek van partner of kind en herstel van een zwaar beschadigde communicatie op zich kan nemen.[xi]

De belangrijkste competenties waarover een bemiddelaar moet beschikken is het sturen en faciliteren van het onderhandelingsproces, onpartijdigheid, neutraliteit, onafhankelijkheid en confidentialiteit. De partijen zijn en blijven de eigenaars van het geschil en van de oplossingen. De bemiddelaar maakt het hun mogelijk om de onderhandelingen op een constructieve en probleemoplossende manier te voeren. De bemiddeling is een methode waarbij een derde tracht de partijen tot een aanvaardbaar compromis te brengen. De bemiddelaar tracht dit doel te bereiken door de partijen te helpen zelf tot een oplossing te komen. Tijdens deze procesbegeleiding biedt hij de partijen ondersteuning. De inhoud en de oplossing van het geschil behoort aan de partijen zelf. De bemiddelaar is niet op de eerste plaats geïnteresseerd in de inhoud van de oplossing, maar wel in het feit dat er een oplossing komt waarmee de partijen vrede kunnen nemen.[xii]

Jef Mostinckx

_____________________________________________

[i] H. Prein. Mediation in praktijk. Beroepsvaardigheden en interventietechnieken. Boom/Amsterdam 2004, p. 22-26.

[ii] Cfr. C.W. Moore. The Mediation Process. San Francisco: Jossey Bass. 2003, p. 78.

[iii] De Harvard-methode, genoemd naar de universiteit waar de onderhandelingsmethode werd ontwikkeld, is gebaseerd op het gezamenlijk belang van de verschillende partijen.

Cf. J. Mostinckx. Welzijnsbemiddeling. Kluwer. 2004, p. 74-96.

Fisher R.  Ury W. and Patton B. Getting to yes. Negotiating without giving in.  Random House Business Books. 1999

Ury. Getting past no. Negotiating with difficult people. Random. Kent 1999.

[iv] R.A.B; Busch & J.P. Folger. The Promise of Mediation. San Francisco: Jossey Bass. 1994.

[v] A. F. M. Brenninkmeijer e.a. Handboek Mediation. Den Haag, 2003, p.1.

[vi] Jef Mostinckx, La médiation Harvard: à la recherche d’une méthodologie efficace et éthique des solutions de conflits pour aboutir à un choix partagé. In : B. Castelain, De l’autre côté du conflit :

La mediation, Anthemis 2013, p. 101-116

[vii] A. Taylor. The four foundations of family mediation: implications for training and certification. In:  Mediation Quarterly, 12 (1), p. 77-88

[viii] T. Van Regenmortel. Empowerment en Maatzorg. Een krachtgerichte psychologische kijk op armoede. Leuven/Leusen. 2002 p. 86-90.

[ix] Hugo Prein. Mediation in praktijk. Beroepsvaardigheden en interventietechnieken. Boom/Amsterdam, 2004, p. 13.

[x] Theo Geuens. T&O bvba. Consultant en opleider tot bemiddelaar (Universiteit.Antwerpen (familiale bemiddeling) & Provincie Vlaams Brabant (burenbemiddeling).  http://users.pandora.be/t.o.bvba1/

[xi] Ibidem

[xii] B. la Poutré en M. Boelrijk. Bemiddeling als alternatief. Handreiking voor hulp- en dienstverleners. Bohn Stafleu. Van Loghum. Houtem/Diegem, 2001, p.10