Verslag “Bemiddeling, alleen voor de happy few?” te Antwerpen

0

Verslag “BEMIDDELING, ALLEEN VOOR DE HAPPY FEW  ?”

te Antwerpen (OCTOBRE 2017)

I. Doctoraat Wendy Hensen

Wendy Hensen, doctor in de rechten, stelt haar proefschrift voor over Justitie en gerechtelijke bemiddeling. Het proefschrift omvatte enerzijds een sociaalwetenschappelijk luik, gebaseerd op een grootschalige bevraging bij bemiddelaars, advocaten, magistraten en notarissen, en anderzijds een juridisch luik.

Enerzijds bestaat er een groot draagvlak voor bemiddeling[1], men ziet er de voordelen van in, anderzijds worden slechts een fractie van de geschillen via bemiddeling opgelost, nog minder worden er door de rechtbank naar een bemiddelaar verwezen. Dit verschijnsel wordt “de bemiddelingsparadox” genoemd (EU-rapport 2012): ondanks de potentiële baten wordt bemiddeling/ ADR beperkt gebruikt.

(Cfr. output justitie: in 2016 tellen we een kleine 750.000 rechterlijke beslissingen, exclusief de strafrechtelijke beslissingen.[2] In 2015 waren er naar schatting ongeveer 5037 bemiddelingen.)[3]

Enkele vaststellingen uit het onderzoek: (zie Powerpoint Bemiddelingsweek en artikel van Wendy Hensen in verslagboek “Gerechtelijke bemiddeling” (2016)[4]

  • Belangrijk kennisgebrek bij grote publiek
  • De helft van de bevraagde juridische beroepen verwijst zelden of nooit naar bemiddeling
  • Beperkte praktijkervaring bij juridische beroepen (de meesten hebben zelf nog geen bemiddeling bijgewoond in welke rol dan ook)
  • In de justitiële fase gebeurt verwijzing nog minder dan in de prejustitiële fase.
  • Wie wel ervaring heeft met bemiddeling was tevreden met resultaat, meer nog bij buitengerechtelijke bemiddeling dan bij justitiële bemiddeling
  • 75% van de juridische beroepen zou zelf pogingen ondernemen om minnelijke regeling of verzoening tot stand te brengen
  • Financiële incentive voor bemiddeling draagt goedkeuring weg
  • De meerderheid van de respondenten ziet voldoende ruimte voor bemiddeling in de justitiële fase

Betreffende de perceptie van juridische aspecten van de bemiddeling:

  • Doorverwijzing door een rechter kan als dwang gepercipieerd worden (autoriteitsfunctie)
  • Eigen commitment van partijen kan in gedrang komen
  • Doorverwijzing door de rechter kan geïnterpreteerd worden als belemmering van de toegang tot de rechter, wat een basisrecht is
  • Bezorgdheid bij sommigen over garanties voor eerlijk verloop kunnen leiden tot niet verwijzen naar bemiddeling (daarom is duidelijkheid en goede garanties op dit vlak zo belangrijk)
  • Draagvlak voor verplichte informatie is groter dan voor verplichte deelname
  • Bezorgdheid over de juridische correctheid van de overeenkomst (gelet op uitvoerbaarheid van het akkoord en marginale toetsing door de rechter)
  • Kennis van het recht bij de bemiddelaar verhoogt het vertrouwen van de juridische beroepen in bemiddeling.

Opportuniteit van financiële incentives voor bemiddeling?

  • Als tijdelijke maatregel om de bemiddeling meer bekendheid te geven, bv. vrijstelling van bepaalde gerechtskosten bij deelname aan een gerechtelijke bemiddeling?
  • Of financiële sanctie voor partij die weigert mee te werken aan een bemiddeling? Hier was opvallend minder draagvlak voor bij de respondenten.
  • De kostprijs van de bemiddeling kan toenemen bij de gerechtelijke bemiddeling wanneer deze leidt tot een combinatie van de gerechtskosten met extra kosten van een bemiddelaar. Bovendien is de afloop onzeker.

Concrete aanbevelingen:

  • Bij instroom van zaken: filtering naar beste traject voor de zaak
  • Neutrale trajectbegeleiding, laagdrempelig, ook voor meest kwetsbaren
  • Houdt in: informatie, geen dwang. Partijen kiezen zelf en als ze duwtje in de rug wensen kan de trajectbegeleider beoordelen op basis van soort zaak en kenmerken van partijen en hun relatie met elkaar
  • Er is geen wetenschappelijke consensus over de wenselijkheid van verplichte ADR
  • Meer inzetten op minder dwingende maatregelen (verplichte informatie, begeleiding, financiële incentives) en dwang zoveel mogelijk vermijden. Reden: dan ga je er vanuit dat ADR standaard een geschikt traject is. Beter is om dit individueel, zaak per zaak na te gaan via trajectbegeleiding en niet als automatisme
  • Uitgaan van de evenwaardigheid van alle trajecten en bemiddeling niet beschouwen als het ultiem traject
  • Kwaliteitswaarborg voor bemiddeling zodat vertrouwen toeneemt: FBC moet criteria voor erkenning beter omlijnen. Hoe kan men vaststellen of iemand toegerust is voor het soort zaken die hij/zij behandelt?
  • Wapengelijkheid: elke partij gelijke kansen geven
  • Bij gerechtelijke bemiddelingen: de overeenkomst laten toetsen door een jurist (in de hypothese dat er geen advocaten betrokken zijn bij de bemiddeling en de bemiddelaar geen juridische opleiding heeft genoten)

Besluit:

Een structurele doorverwijzingsmogelijkheid -waarbij de autonomie van de geïnformeerde partijen voorop staat-, kwaliteitswaarborgen voor de bemiddelingen en een mentaliteitswijziging zijn nodig om de automatische reflex om naar de rechtbank te stappen tegen te gaan.

De gelijkwaardigheid van de oplossingstrajecten moet centraal staan. Het éne oplossingstraject geen preferentiële behandeling geven boven het andere. Belangrijk is dat elke zaak/ elke betrokkene het oplossingstraject kan kiezen dat best aansluit bij zijn zaak/ zijn persoonlijke kenmerken/voorkeur.

Beleid moet vertrekken vanuit een globale visie over geschillenoplossing (alle vormen van ADR, de relatie met de gerechtelijke instanties en de modaliteiten van de doorverwijsfunctie van justitie). Een fundamentele verandering begint met het herdenken van de rol van de justitie in een globaal beleid omtrent conflictoplossing.

II. Panelgesprek: 3 rondes

1.Waarom is bemiddeling nog niet doorgebroken? Ook niet bij maatschappelijk kwetsbaren…

– Zie bemiddelingsparadox (Wendy Hensen): hoewel het sneller, goedkoper en duurzamer is, blijven mensen procederen voor de rechtbank.

– Bemiddeling is nog niet gericht naar het grote publiek. De eerste lijn (BJB, OCMW enz.) verwijst door naar Pro Deo advocaten. Zij sturen eerder in de richting van een juridische procedure.

– Grootste drempel: niet tijdig bij de juiste informatie komen over ADR. Er is nood aan een neutrale, laagdrempelige, professionele eerste lijn, voor iedereen, niet alleen voor de kwetsbaren. Er moet volledige informatie gegeven worden.

– Maatschappelijk kwetsbare mensen hebben nood aan een algemene ondersteuning en coaching, niet zozeer aan een trajectbegeleiding alleen. We moeten gaan naar multidisciplinaire trajecten.

– Omdat mensen van nature vechten, of omdat er in onze samenleving eerder een vechtcultuur dan een samenwerkingscultuur heerst.

– Het is een cultureel gegeven, de manier waarop wij met conflicten omgaan, waarbij de éne gelijk heeft en de andere ongelijk. We zien op TV “De Rechtbank” en niet “De Bemiddeling”. Als we aan het woord advocaat denken, denken we aan een toga, aan een pleitadvocaat. Er is sensibilisering nodig.

– Bemiddeling als manier om conflicten op te lossen is misschien nog geen onderdeel van onze cultuur; maar is dat in andere landen dan wel? Waarom gaat het daar sneller?

– Een element kan zijn dat in België procederen nog steeds erg goedkoop is (ondanks verhoging rolrechten) in vergelijking met het buitenland.

– Buiten de rechtbank wordt misschien meer bemiddeld dan we denken. Denk aan burenbemiddeling, bemiddelingen in ziekenhuizen, scholen, bedrijven, door vakbond…

– Kanttekening: de term bemiddeling is een containerbegrip. We zouden beter de term mediation gebruiken en die voorbehouden voor de echte bemiddeling.

– De huidige bemiddelingswet vraagt dat we in de rechtbank mensen op de hoogte brengen van de mogelijkheid van alternatieve trajecten. Maar eens in de rechtbank is het te laat, dan willen de mensen dat de rechter een beslissing neemt.

– Er is dus niet één drempel, maar nood aan een andere cultuur om anders om te gaan met conflicten.

– Samen met het promoten van de bemiddeling moeten we streven naar een goed werkend apparaat, zodat er qua conflictoplossing twee volwaardige trajecten naast elkaar bestaan.

2. Stellingen

2.1. De organisatie van justitie, de Pro Deo-regeling en de procedurele ingesteldheid van advocaten verhinderen het doorbreken van bemiddeling bij de financieel kwetsbaren.

Jos Decoker (Magistratuur en Maatschappij):

– De stelling heeft het over 3 verhoudingen: de verhouding tussen bemiddeling en de rechterlijke orde, de verhouding tussen kansarmen  en de bemiddeling en de verhouding tussen de rechterlijke orde en de maatschappelijk kwetsbaren (of enger zij die aanspraak kunnen maken op Pro Deo).

– Over de eerste verhouding: Jos Decoker deelt de bezorgdheid van mevrouw Wendy Hensen[5] dat het inzetten op bemiddeling niet (enkel) mag gebeuren vanuit een besparingsijver. Men moet daarnaast dus ook blijven investeren in een goed werkend gerechtelijk apparaat.

– Over de verhouding tussen de rechterlijke orde en kwetsbare mensen verwijst Jos Decoker naar het tweejaarlijks verslag van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting.

Men stelt vast dat kwetsbare mensen ofwel hun rechten niet kennen, ofwel zich niet gerespecteerd weten als rechtssubject. De informatieverstrekking naar kwetsbare groepen is nog moeilijker dan naar weerbare groepen (zie bijvoorbeeld de terugkerende klachten over moeilijke rechtstaal). Tenslotte is procederen of veroordeeld worden er de laatste jaren niet goedkoper op geworden (zie bijvoorbeeld de invoering van de rechtsplegingsvergoeding, Btw-tarief voor advocaten, verhoging van de opdeciemen en verplichte bijdrage aan verschillende fondsen en de verhoging van de rolrechten.[6]

– Over de verhouding tussen bemiddeling en kansarmoede: een voorwaarde voor bemiddeling is de gelijkwaardigheid in de bemiddeling. Jos Decoker verwijst naar een boek “Scarcity” van de Amerikaanse auteurs Sendhil Mullainathan and Eldar Shafir waarin aan de hand van onderzoek wordt uiteengezet dat mensen in kansarmoede wel goed zijn in het vinden van oplossingen op korte termijn maar niet in het nemen van beslissingen op de lange termijn. Deze cognitieve vaardigheid komt immers onder druk door langdurige blootstelling aan de stress die het leven in armoede met zich meebrengt. Het is het onderzoeken waard of dit een reden kan zijn waarom bemiddeling aan hen voorbij gaat: mensen die voorkeur geven aan bemiddeling denken o.m. aan het respecteren van de relatie, zodat ze op de lange termijn door één deur kunnen.

Tim Wuyts repliceert dat er veel te doen is geweest om die tweedelijns bijstand. Men mag niet vergeten dat procederen in België veel goedkoper is dan in het buitenland.

Mieke Louwette herinnert er aan dat de CAW’s gericht zijn op het welzijn en de begeleiding van kwetsbare mensen. Zij herinnert ook aan de rechtsbijstand; in 2005 werd dit (tweede lijns)instrument gecreëerd als mogelijkheid tot (financiële) bijstand voor financieel kwetsbare mensen, maar het wordt niet gebruikt, men kent het niet. De overheid geeft 20,00 euro per uur voor mensen die deze bijstand aanvragen. Het CAW van Oost-Brabant werkt samen met het Forum van bemiddelaars, zij leiden hen op om de rechtsbijstand aan te vragen voor mensen met een beperkt draagvlak.

2.2. Bemiddeling kan maar een gelijkwaardige oplossingsweg worden, in het bijzonder voor maatschappelijk kwetsbaren, als diensten zoals CAW’s, OCMW’s, huisartsen, politie …. zich professionaliseren in het informeren, adviseren en gericht doorverwijzen naar bemiddeling.

Bart Willocx: De rechtbanken doen weinig aan het stroomlijnen van procedures, laat staan aan begeleiding om mensen naar het beste traject te leiden. Er zijn zeker veel mogelijkheden om conflicten buiten de rechtbank te houden en als ze toch in de rechtbank komen, om ze minder procedureel te benaderen. Kijk naar Nederland, waar pragmatischer gewerkt wordt. Er zijn hier teveel zaken die in de rechtbank terecht komen en die er niet in thuis horen. Maak procedures duurder en geef incentives aan bemiddelingen. Een cultuuromslag moeten we maken. Als het elders lukt, waarom zou het bij ons niet lukken?

Informatie geven: er zou een heel goede, informatieve website moeten gemaakt worden met eenvoudige, begrijpelijke informatie, met demonstratiemateriaal, zoals filmpjes in verschillende talen zodat mensen zich echt iets kunnen voorstellen bij de verschillende trajecten.

Marc Goossens: Is ook gewonnen voor een up to date, juridisch correcte website met antwoorden op juridische vragen. Verwijst naar een bestaande juridische website (die niet altijd correct is) en toch een gigantisch aantal clicks krijgt. Daar is duidelijk een behoefte aan juridische informatie. Hiermee kunnen mensen hun rechtspositie beter inschatten. Dit alleen al kan leiden tot minnelijke schikkingen of keuze voor bemiddeling.

Tim: De FBC kan een rol spelen inzake voorlichting. Ze zullen de opdracht krijgen om veel ruimer te werken dan hun huidige mandaat.

Bart: De website moet ook algemene rechtsvragen beantwoorden, niet alleen over bemiddeling. Vele mensen hebben relatief eenvoudige juridische vragen.

2.3. Bemiddeling wordt pas mainstream bij een cultuuromslag: een conflict moet niet uitgevochten maar ontknoopt worden. Onderwijs, opleidingen (sociaal werk, rechtenstudies…) en media moeten meer aandacht geven aan conflictoplossing via bemiddelen/ADR 

Mieke: Bemiddeling is een van de mogelijkheden van ADR/ één mogelijkheid van conflictoplossing, dat mogen we niet vergeten. Bemiddeling is maatwerk, soms voor een deelaspect, terwijl andere aspecten nog aan de rechter voorgelegd worden omdat men er zelf niet uitgeraakt. Bemiddeling is niet geschikt voor alle zaken. Na 15 jaar bemiddelen is dat mijn vaststelling.

Voor het eerstelijnsonthaal kan men ook kiezen voor samenwerking met het gerechtelijk apparaat. Een website is niet genoeg, er moet ook menselijk onthaal zijn, waar men mensen benadert in hun hele context, niet alleen als “juridisch probleem”. Multidisciplinaire aanpak.

Wat is een goed eerstelijnsgesprek? Hoe leer je dat? Het is daar dat trajectbegeleiding begint.

2.4. Als advocaten bemiddelen is er een probleem wat competenties en vaardigheden betreft omdat een advocaat wil overtuigen. Een bemiddelaar daarentegen schept ruimte voor interactie. Dit is een basishouding, geen petje dat kan worden opgezet. Bemiddelen moet een interdisciplinaire aangelegenheid worden zonder corporatistische rivaliteit tussen beroepsgroepen.

Marc Goossens: De traditionele rol van de advocaat wordt hier gesuggereerd. De advocaat die wil winnen, maximalistisch, alles inzetten op de buit. De verstoorde relatie doet er niet toe. Het is niet altijd de advocaat, het is vaak de cliënt zelf die dit wenst. De advocaat moet meer openstaan voor een bemiddelende rol, maar ook de rechtzoekende. De advocaat is de coach die de rechtzoekende ertoe brengt om zich redelijk op te stellen en naar oplossingen toe te werken. Het is niet zo dat een advocaat die competenties niet heeft. Het is een kwestie van houding, interesse, inzichten…

Interventie uit de zaal: Ze kunnen opleiding volgen, hun communicatietechnieken aanpassen. (verder niet verstaan)

Marc: De Pro Deo mogelijkheid zet aan tot procederen. De mensen die ervoor in aanmerking komen denken dat ze mogen procederen naar believen. Ook de vakbonden sturen de mensen naar de rechtbank. Het zijn niet de advocaten die niet willen bemiddelen, de samenleving is gejuridiseerd en proceduregericht. De meeste advocaten willen en kunnen wel hun rol aanpassen. De burger, de samenleving moeten het ook willen.

2.5. In de rechtbank zijn procedures sterk geformaliseerd en daardoor tijdrovend. Om kort op de bal te kunnen spelen en dus een goed alternatief te zijn voor het formalisme binnen de rechtbank moet bemiddeling een open systeem zijn zonder veel formaliteiten.

Christine: Ik ben bemiddelaar in arbeidssituaties. Ik kom een bedrijf of organisatie binnen met het petje van Preventieadviseur. De ingang om aan bemiddeling te doen is meestal een formele klacht. Ik probeer deze om te turnen naar een informele benadering met als doel dat de partijen hun relatie herstellen in plaats van het conflict te doen escaleren. Dit is niet gemakkelijk omdat een formele klacht ontslagbescherming biedt. Als men dan toch ontslagen wordt is het met een goede ontslagvergoeding. Tegen deze “incentive” om te procederen moet de bemiddeling opboksen. De welzijnswet bevordert de harde confrontatie in plaats van herstel. De welzijnswet zou moeten aangepast worden, zodat juist het traject van de bemiddeling gunstiger is voor de (rechts)positie.

Ik wil mijn benadering graag opentrekken en de zaak filosofisch benaderen. In feite zijn alle mensen die in een conflictsituatie zitten kwetsbaar. In plaats van rechtsregels centraal te stellen zouden we de mens centraal moeten plaatsen. Mijn vraag is: “Wie wil ik zijn als mens in mijn beroep. Met welke intentie ga ik die kwetsbare mensen tegemoet? Wat is je drijfveer: wil je meer consensus brengen in deze wereld of vind je het spannend om je in een strijdarena te begeven, wedstrijden te winnen? In een bemiddeling zijn mensen eigenaar van het probleem/ de oplossing. De rechter zou het probleem in veel gevallen moeten teruggeven aan de mensen en hen verwijzen naar een bemiddelaar. Wanneer hij de oplossing aanbiedt, hebben de partijen niet geleerd hoe ze onderling met een tegenstelling moeten omgaan. Het conflict zal bij de minste aanleiding terug oplaaien. Zo kan justitie bezig blijven. Bv. Burenruzie om een boom. De boom is op een bepaald moment het strijdthema, maar het punt is dat die mensen zich ergeren aan elkaar en elkaar niet veel gunnen. Het is een relationeel conflict. Door een bemiddeling kan men zichzelf bevrijden van zijn fixatie op het gedrag van de andere.

Mieke: Wat formaliteiten betreft, men kan daar ook positief naar kijken. De bemiddeling heeft ook een formeel kader. Het is anders dan een goed gesprek op café. De formaliteiten in een bemiddelingsgesprek zorgen voor de veiligheid, de vertrouwelijkheid.

Bart: Sluit zich aan bij de vaststelling dat juridische kwesties vaak om andere, onderliggende thema’s gaan. Een beslissing van een rechter lost dan inderdaad niets op. Als men die onderliggende thema’s in een bemiddeling naar boven krijgt, heeft het wel kans om opgelost te zijn.

Jos: Een zekere vorm van formalisme is natuurlijk ook niet uit te sluiten. De werking van Burenbemiddeling in Gent en Antwerpen heeft bijvoorbeeld een minimum aan formalisme zoals afspraken hoe contact wordt genomen met de partijen en over hoe ze met elkaar in contact worden gebracht. Zeer laagdrempelig weliswaar. En dat werkt.

Omgekeerd kan een gerechtelijke procedure baat hebben bij een de-formaliseren. In sommige landen heeft een rechter wat meer vrijheid om tijdens de inleidingszitting in zijn kaarten te laten kijken en daardoor kunnen vormen van ADR ook worden bevorderd. Als mensen hun rechtspositie min of meer kennen zijn ze ook meer bereid tot bv. onderhandeling.

Bart: In het buitenland heeft een rechter vaak meer ruimte. Zo kan een rechter een deel van een oplossing geven voor een gedeelte van de kwestie en vragen om andere zaken zelf op te lossen.

Tim: Ideaal is om voor ieder geschil de beste weg te bewandelen. Een rechter kan ook een beslissing nemen voor een welbepaalde tijd, bv. een regeling voor 6 maanden. En als er meer rust is tussen de partijen kunnen ze zelf met een oplossing komen.

2.6. Bemiddeling kan maar een gelijkwaardige oplossingsweg worden als de overheid een zekere dwang oplegt (zoals verplichten dat mensen zich laten informeren over oplossingstrajecten vooraleer ze de stap naar de rechtbank mogen zetten) en daar biedt de uitvoering van de zesde staatshervorming een opportuniteit.

Tim: We kunnen beginnen met een ADR-clausule op te (doen) nemen in overeenkomsten. In de VS gebeurt het steeds meer. Vanwege de stijgende kost van litigation ziet men in de ondernemingswereld steeds meer onderhandelingen en 25% minder pleitprocessen. Mag men dwang toepassen? De essentiële kenmerken van bemiddeling zijn de vertrouwelijkheid en de vrijwilligheid. Toch kent men in Italië en Frankrijk bepaalde vormen van dwang. De vrijwilligheid is gewaarborgd door het feit dat men de bemiddeling mag stoppen wanneer men wil. Men kan dan nog naar de rechtbank te gaan. Het voordeel is: men heeft dan geproefd van bemiddeling en daardoor stopt men ze niet gemakkelijk.

Kijken we naar de familierechtbanken. Hier geldt een verplichting van ouderlijke verschijning bij een geschil over kinderen. De rechter kan proberen te verzoenen, verwijzen naar de kamer voor minnelijke schikking of verwijzen naar bemiddeling. Er moeten wel randvoorwaarden vervuld zijn, zoals de opleiding van de magistraten in die zin.

Hoe vroeger men ingrijpt, hoe minder kwetsuren er zijn. De Justitiehuizen zijn recent overgeheveld naar de Vlaamse Gemeenschap. Welzijn en Justitie moeten goed samenwerken. Trajectbemiddeling is een mooi voorbeeld. De partijen krijgen in de voormiddag informatie en in de namiddag gaan ze naar de rechter. Meestal kiezen ze dan voor een minnelijke schikking. We moeten de projecten die nu lopen in verschillende rechtbanken evalueren en beslissen welke aanpak we gaan uitrollen.

Mieke: Wat u vertelt over trajectbemiddeling hebben wij in Leuven gedaan, bemiddelaars hebben op vrijwillige basis een jaar lang informatie gegeven. We zijn er maar drie maal in geslaagd om iemand naar een bemiddeling te sturen.

Tim: In Kortrijk lukt dat wel? 40% van de mensen die geïnformeerd worden kiezen voor een minnelijke schikking.

Bart: Als ze al aan het procederen zijn is het te laat. Mensen die een rechtbank binnenkomen willen dat er die dag iets gaat gebeuren. Ze zijn gekomen om een oplossing te krijgen of minstens een deel van een oplossing. Wij kunnen in Antwerpen zeer weinig mensen naar de schikkingskamer doorverwijzen.

Tim: We moeten meer inzetten op de eerste lijn en de eerstelijnsbijstand.

3. Eén maatregel per panellid: de maatregel die het beste antwoord biedt op devolgende vraagstelling: “Hoe kunnen de huidige drempels die verhinderen dat bemiddeling een gelijkwaardige oplossingsweg wordt, in het bijzonder voor maatschappelijk kwetsbaren, het best gesloopt worden ?”

Bart Willocx: Een multidisciplinair onthaal in elke rechtbank, inclusief eerstelijnsadvies, juridische bijstand en verwijzing naar welzijnsdiensten, ondersteund door één breed bekendgemaakte website met duidelijke aandacht voor alternatieve trajecten. Dit gecombineerd met een financiële beloning voor wie een procedure op de rechtbank begint na vooraf een (poging tot) (traject)bemiddeling.

Mieke Louwette: De uitbouw van een professionele sociaal juridische eerstelijnshulp waar onafhankelijke gesprekken over de verschillende wegen van conflictoplossing worden gedaan (trajectbemiddeling).

Marc Goossens: Via een aanpassing van de Wet op de Juridische Bijstand het monopolie van de advocatuur inzake juridische tweedelijnsbijstand doorbreken en zodoende de mogelijkheid inbouwen om een bemiddelaar op gelijkwaardige manier als een pro-deo advocaat aan te stellen.

Christine Vancouillie: Bemiddelen als wettelijk verplichte eerste stap in een poging om tot de oplossing van een conflict te komen, om op die manier een bemiddelende cultuur in de samenleving te activeren.

Tim Wuyts: Een wettelijk vermoeden van een bemiddelingsclausule in elke overeenkomst die bepaalt dat partijen bij een geschil eerst pogen om dit geschil door bemiddeling op te lossen, tenzij zij hier uitdrukkelijk van afwijken in hun overeenkomst (opt-out).

III. Wendy Hensen: Drie reflecties:

3.1. Reactie op Bart Willocx:

Naar aanleiding van de 1ste stelling gaf de voorzitter aan dat vanuit de Pro Deo bijstand eerder zou gestuurd worden naar de gerechtelijke procedure. Het eerste contact lijkt me zeer bepalend. De bestaande diensten (zoals OCMW’s) die toegankelijk zijn voor de kwetsbare groepen in de samenleving moeten gesensibiliseerd worden en professionaliseren in het deskundig doorverwijzen. De eerstelijnsrechtsbijstand moet breder georiënteerd zijn dan nu het geval is.

Hoe concreet een onthaal structureren waar correct en aangepast doorverwezen wordt?

In afwachting van deze sensibilisering en professionalisering in deze diensten, is een goed onthaal binnen justitie nog nodig.

3.2. Reactie op stelling Jos Decoker:

Als antwoord op de 1ste stelling (Jos Decoker) vind ik het inderdaad belangrijk dat we niet de fout maken om, door een te grote focus op bemiddeling, bepaalde problemen binnen justitie en de rechtshulp van ons af te schuiven. Ook om rechtshulp te vragen zijn er heel wat drempels. Het is een belangrijke oefening: “Hoe juridische bijstand toegankelijk maken?” en “Hoe procedures aanpassen aan de noden?” Zoals Bart Wollocx zegde: waarom een aantal zaken niet via administratieve weg afhandelen? Waarom niet meer comparitie? Waarom geen combinatie van een gedeeltelijke rechterlijke beslissing en een gedeelte zelf laten oplossen? Beide oplossingsstrategieën hoeven geen concurrentie te zijn voor elkaar.

Zorg ervoor dat mensen zich voorafgaand juridisch goed kunnen informeren (onder meer correcte, volledige website) en dat ze rustig kunnen overwegen welk traject het beste is voor hen.

Er zijn zoveel mogelijkheden inzake combinatie en samenwerken van e verschillende actoren, betrokken bij een conflictoplossing. Samenwerken, overleggen en een volwaardige hulp aanbieden is het ideaal.

3.3. Hoe moet het onthaal concreet ingevuld worden? (Doorverwijzen/ aanpakken)

Financieel stimuleren: ja, wetend dat de financiële reden niet de hoofdreden is om voor een bepaald traject te kiezen. Dit is vooral voor de financieel kwetsbare groep een uitdaging. Zij moeten een gelijke toegang hebben tot de verschillende trajecten. Het beleid mag juist die groep niet uit het oog verliezen. Goed over nadenken.

Positief idee is zeker een website met duidelijke informatie, begrijpelijk voor iedereen, met videomateriaal zodat de verschillende trajecten heel helder zijn. Hiermee bereikt men echter niet de meest kwetsbare groepen. Het menselijk onthaal mag men niet verwaarlozen: belangrijk blijkt te zijn: zijn verhaal eens kunnen doen.

Mieke Louwette vroeg: “Hoe leer je dat: een goed eerstelijnsgesprek?” Is het een idee om hierin studenten te betrekken? Win-win situatie?

IV. Resultaat Voting

VOORSTEL 1: multidisciplinair breed onthaal in elke rechtbank ondersteund door een breed bekendgemaakte website (34%)

VOORSTEL 2: onafhankelijke trajectbemiddeling als aanbod binnen een sociaaljuridische eerstelijnsdienst (25%)

VOORSTEL 3: gelijkwaardige pro-deo regeling voor bemiddelaars (2%)

VOORSTEL 4: bemiddeling wettelijk verplicht als eerste stap (15%)

VOORSTEL 5: een wettelijk vermoeden van bemiddelingsclausule in overeenkomsten (7%)

[1] Hoge Raad voor de Justitie, De Justitiebarometer 2014. http://www.csj.be/sites/default/files/press_publications/justitiebarometer_2014.pdf (geraadpleegd op 2/11/017)

[2] Kerncijfers van de gerechtelijke activiteit, 2010-2016. Website van het College van hoven en rechtbanken.

[3] Hensen schat in haar proefschrift het aantal bemiddelingen in België op een 4.000-tal, waarvan maximum 1.000 gerechtelijke bemiddelingen (bron: EU, Directoraat-generaal interne policies, 2014). BMediation (bemiddelingsbarometer 2016) ziet een stijging van 4313 in 2013 naar 5037 in 2015. Hiervan waren 3.210 familiale, 804 burgerlijke en commerciële en slechts 163 sociale bemiddelingen; 860 waren bemiddelingen in ‘overige’ sectoren). Slechts een minderheid werd door een rechter naar de bemiddelaar verwezen. (28 % van de burgerlijke en commerciële, 16% van de familiale en 4% van de sociale geschillen).

[4] Hensen W., “Justitie en bemiddeling: een bevraging omtrent de mogelijkheden en knelpunten van gerechtelijke bemiddeling” in Gerechtelijke bemiddeling (2016) ed. Eric Lancksweerdt, Brugge: Die Keure.

[5] Hensen, W., “Bemiddeling, potpourri & toekomstmuziek” in Tijdschrift voor procesrecht en bewijsrecht, Wolters Kluwer, 2016/4, 131-140.

[6] Het Grondwettelijk Hof vernietigde gedeeltelijk de nieuwe verhoogde griffierechten in een arrest van 9/02/2017.